• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Archief voor september 2008

Pokémom

25 september 2008 door Annemiek Onstenk

Z magazine, de straatkrant van Amsterdam – 2006

Ze ziet eruit als een tassenvrouwtje. Dik ingepakt schuifelt ze achter haar rollator over straat. Reuma heeft haar lichaam op verschillende plekken aangetast. Ze oogt kwetsbaar. Maar Henna Charry (44), geboren in ‘de jungle’ van Suriname, zoals ze zelf zegt, en sinds haar achtste in Amsterdam, is wat je noemt een pittig wijf. “Als iets me niet zint, kan ik ronduit een bitch zijn.” Henna heeft één allesoverheersende hobby: het Pokémon-spel. “Ze noemen me Pokémom.”

Ze mag dan een hulpbehoevende indruk maken, zelden doet ze een beroep op anderen. Die doen eerder een beroep op haar. Haar huis staat vol kasten met Pokémon-materiaal en is voor een deel geblindeerd: “Van zonlicht krijg ik hoofdpijn.” Maar het staat altijd open voor grote en kleine gasten.
Henna zet tal van evenementen op touw zet, vooral in de buurt. Ze praat de Dag van de Dialoog in haar stadsdeel aan elkaar, organiseert voetbalwedstrijden in het kader van de Stadsspelen en staat achter een stand op het jaarlijkse buurtfeest. Ze steekt veel tijd in de stad. “Altijd heb ik dingen georganiseerd. Vanaf m’n 16de doe ik vrijwilligerswerk in verschillende stadsdelen, vooral met kinderen. Dat zijn intelligente en eerlijke wezens. Vroeger kon ik ook aardig dansen. Ik wilde een dansschool beginnen in het pand waar nu trendy Panama is gevestigd. Tot ik ziek werd in 1997. Ik stond ’s morgens op, zakte door m’n knieën en kon niet meer opstaan. Het was een streep door alles. Tot eind 1999 heb ik niets meer gedaan.”

Na die moeilijke tijd pakte ze de draad van het vrijwilligerswerk weer op. Ze zette zich in voor het Leger des Heils, de school van haar zoon en buurthuizen.
In 1999 begon Henna in stadsdeel Zeeburg een spellenclub. “Ik heb een passie voor spellen. Ik kan nachtenlang spelletjes doen met vrienden. In die tijd was Pokémon een rage. Kinderen sloegen elkaar de hersens in vanwege die kaarten. Er bleek een landelijke en internationale organisatie achter te zitten. In de Verenigde Staten gebruikten ze het Pokémon spel zelfs om leerachterstanden weg te werken.”
Henna’s interesse was gewekt. Ze maakte zich het kaartspel eigen, gaf demonstraties en organiseert samen met een ander toernooien. Ze is goeroe en ambassadeur van Pokémon tegelijk.
Henna bood verschillende basisscholen aan Pokémon met de kinderen te spelen. “Het is behalve een educatief, ook een sociaal spel. Tijdens het spelen moeten kinderen lezen, rekenen en zich beheersen. Ze leren sportieve verliezers te zijn. Helaas waren de scholen huiverig.”
Daarom begon ze een club in het buurtcentrum. “In no time had ik twintig kinderen om me heen. Ik leer hen samenwerken en elkaar te helpen. Autistische kinderen, kinderen met ADHD, pientere en minder slimme kinderen: iedereen kan meedoen.” Tijdens schoolvakanties, op woensdag- en zaterdagmiddag zit ook haar huis geregeld vol met kinderen die haar hulp inroepen bij het maken van een deck (zie kader). Iedereen is welkom, als ‘ie zich maar aan de regels houdt. Henna: “Ik heb drie geboden en drie afspraken. Niet vloeken, schelden of slaan. En je bent pas vet als je vriendelijk bent, eerlijk en te vertrouwen.”

Haar eigen zoon moet Henna een groot deel van het jaar missen, en hij haar. Ze doorliepen een heel hulpverleningscircuit voordat duidelijk werd dat hij kampt met leerproblemen en ADHD. Ze vond in Amsterdam geen geschikte school voor hem. Ze prijst zich nu gelukkig dat hij op een internaat elders in het land terecht kon. “Hij zit daar goed. Ik mis hem, maar ik ben blij dat het veel beter met hem gaat. Ik moet hem de kans geven zich te ontwikkelen.”
Dichterbij huis genieten ook andere kinderen van de aandacht van Pokémom. We steken onze neus om de hoek bij de Pokémon-club in het buurtcentrum. Jongens, een enkel meisje en één ouder turen geconcentreerd naar de kaarten voor hen op tafel. Rode gezichten, af en toe een diepe zucht of uitroep. Het gaat er gedisciplineerd aan toe. Nemen de decibellen na afloop van de eerste potjes teveel toe, dan laat Henna haar eigen decibellen in de kleine ruimte los. Verslapt de aandacht van een kind dat ze iets uitlegt, dan houdt ze hem of haar dwingend bij de les. Voordringen is niet toegestaan. “Wie zeurt krijgt geen beurt.” Een valsspeler wordt zonder pardon in de lurven gegrepen en flink de waarheid gezegd. Kinderen die dralen bij de deur, stuurt ze onverbiddelijk weg: “Ik wil geen klachten van de ouders dat ze te laat thuiskomen.” Tegenover haar bitcherigheid en strengheid staan geduld en kameraadschap. Henna neemt de kinderen serieus, dus doen wat ze zegt en nemen een schrobbering voor lief.

Soul
Het contrast tussen haar broze buitenkant en krachtige, soms harde persoonlijkheid fascineert. Hoe zit dat? Deel van het verhaal blijkt haar eigen opvoeding te zijn. Henna’s grootmoeder hield haar voor: ‘Weet wie je bent. Zorg dat je de beste bent!’ Bij de pakken neerzitten is er niet bij. Topdanseres is geen optie meer, maar ze zal niet rusten voordat ze bijvoorbeeld weer kan fietsen. “Het fietsen mis ik, meer dan het dansen. Ik heb voor het laatst gefietst in 1999. Binnenkort ga ik revalideren bij het Jan van Bremen Instituut (voor reumapatiënten, red.).”
Ook het geloof speelt een belangrijke rol in haar leven. Van huis uit is Henna rooms-katholiek. Op haar vijftiende keerde ze zich daarvan af. Later werd ze evangelisch. “Tijdens een musical in Amsterdam kwam ik in aanraking met God, ik dacht dat ik gek werd. Een storm van emoties, van pijn tot superieure blijdschap en alles daartussenin, kwam op me af. In een fractie van een seconde moest ik ja of nee kiezen en ik koos ja, voor God. Ik ga niet naar de kerk. Bij de evangelische gemeenten lees je zelf de bijbel en neem je je eigen verantwoordelijkheid. Mijn geloof is rotsvast. Wat er ook gebeurt in m’n leven, God is erbij. Ik voel me dan ook geen slachtoffer. Zodra ik beter ben, begin ik een spellenschool: sociale activering door middel van spel. Als mijn soul op een bepaald niveau is, kan ik alles aan.”
Het spel
Pokémon bestaat uit een groot aantal getekende fantasiefiguren. Zij kunnen door training evolueren van baby, via puber tot volwassene. Er zijn gameboy spelletjes, films en kaarten van Pokémon. De kaarten komen uit Japan en worden in de VS in het Engels vertaald. Eind jaren negentig ontstond een hele industrie, van pakjes kaarten en spelcomputer tot dekbed en kinderrugzak. De rage is voorbij, maar in veel schoolklassen in Nederland is het ruilen van Pokémon kaarten nog altijd een favoriete bezigheid. In winkels is zelfs sprake van een kleine revival. In dit artikel gaat het over de minst commerciële tak van de Pokémon-business: het kaartspel. Het spel wordt met twee gespeeld. Ieder heeft een deck van zestig kaarten. Elke figuur en kaart heeft eigenschappen, punten en strijdmethoden. Doel is de tegenstander te verslaan.

Categorie: Publicaties, Z magazine Tags: Pokémon

Standplaats Stadionweg

24 september 2008 door Annemiek Onstenk

Z magazine, de straatkrant van Amsterdam – 2004

Hij staat met een netjes gekamde paardenstaart voor Albert Heijn aan de Stadionweg. Hij heeft zich goed voorbereid op het interview en steekt van wal nog voordat hem een vraag is gesteld: John. “Ik ben 4½ jaar Z-verkoper. Ik sta graag binnen. Mensen zien me als ze bij de kassa in de rij staan. Ik waardeer het zeer dat ik binnen mag staan. Daarom doe ik wat terug. Als de mandjes op zijn, haal ik een stapel bij de kassa. Ik hou het een beetje schoon bij de ingang en help oudere mensen hun zware tas uit het karretje tillen. Ook let ik een beetje op bij problemen. In deze buurt valt het mee. Op mijn vorige standplaats heb ik eens een fietsendief in zijn kraag gegrepen. Als dank mocht ik voor 30 gulden boodschappen doen bij Albert Heijn!”
John denkt net als de kruidenier aan de kleintjes. Als de nieuwe Z verschijnt, doet hij de oude nummers in de aanbieding. Mensen mogen Z dan meenemen voor € 0,50.
Hij spreekt Nederlands met een Engels accent. “Ik ben in Nieuw Zeeland geboren, maar mijn ouders komen hier vandaan. Nederlands is mijn moedertaal.. Tien jaar geleden arriveerde ik in Amsterdam, ik had een Nederlands paspoort. Ik ben nooit meer terug gegaan, maar ik ben trots op Nieuw Zeeland. Sinds het succes van Lord of the Rings is het een toeristische attractie. Laatst stond een 13-jarig meisje dat de film had gezien tegen een vriendinnetje over mij op te scheppen: ‘Híj komt uit Nieuw Zeeland!'”John begon in Nederland als verpleger. “Ik werkte via een uitzendbureau. De onregelmatige diensten en enorme werkdruk groeiden me boven het hoofd. Ik kreeg slaapstoornissen en kwam te laat op m’n werk. Na een tijdje was ik niet meer welkom.” Hij woonde bij een vriendin in huis maar kon al snel geen huur meer betalen. John werd dakloos. Via via kwam hij met Mustapha, die de Z-verkopers selecteert, in contact. Dit werk bevalt hem beter. “Het is een heel interessante baan. Je ontmoet zoveel verschillende mensen. Op zaterdag sta ik hier van 09.30u tot 18.30u ’s avonds. Dan ben ik helemaal schor. Laatst kwam iemand mij vertellen dat ze kanker heeft! Je bent een praatpaal voor mensen.”
John is sinds kort lid van de verkopersraad. “Het is belangrijk dat de redactie naar verkopers luistert. “Wij weten wat lezers vinden van Z. En wat hen bezighoudt. Mensen vragen zich vaak af waarom we dakloos zijn. Ook vinden ze leuk te lezen wat verkopers van bepaalde onderwerpen vinden. Bijvoorbeeld wat de toetreding van Oost-Europese landen voor de EU betekent.”
John aarzelt of hij voor Z op de foto wil, maar hij houdt wel van aandacht voor zijn zaak. Met weemoed praat hij over het radio maken dat hij vroeger deed. Met zijn protestbeweging was hij voortdurend op de televisie. Nu zoekt hij de buis op voor zijn krant. “Binnenkort wordt de vijfmiljoenste Z verkocht. Daarom willen we op AT5 komen. Dat is gratis promotie voor Z.” Hij maakt mensen ook graag deelgenoot van zijn visie. Zo vindt hij het een schending van de mensenrechten dat je in Nederland een boete krijgt als je dakloos bent.
John is eigenlijk wereldverbeteraar. Hij brak zijn studie, eerst geneeskunde en later verpleging, af om beroepsactivist te worden. Hij sloot zich aan bij een militante werklozenbeweging. “Begin jaren ’90 was er een rechts bewind in Nieuw Zeeland. Wij protesteerden onder andere tegen de behandeling van uitkeringsgerechtigden door de Sociale Dienst. We deden – geweldloos – dingen als het bezetten van een regeringsgebouw of het omsingelen van een hotel waar ministers bij elkaar kwamen. Na één van die acties liep het uit de hand. Een knokploeg kwam verhaal halen en een man van de beweging werd zwaar gewond. Ik zat op dat moment met een makker in de kroeg. Dat zette kwaad bloed. Het was einde verhaal. Ik was 31 en wilde het land van mijn ouders zien.” Nederland dus.

Hij staat bijna twee jaar op de Stadionweg. John’s tijd nadert. Z-verkopers moeten na twee jaar verplicht van standplaats wisselen. Als het aan John ligt gaat dat systeem op de helling. Hij heeft -tig argumenten tegen de verplichte standplaatswisseling. “Mensen kennen me en geven geld, meer voor mij dan voor de krant. Een nieuwe verkoper zullen ze niet gauw wat geven. Ze krijgen het tenslotte steeds minder breed.”
Op straat leven doet hij liever niet meer. “De laatste keer was rond oud en nieuw. Ik sliep in auto’s en kreeg verschillende boetes.” Je zult hem niet romantisch horen doen over dakloos zijn. “Het is extreem ongezond. Het buiten leven leidt tot problemen als teveel zuipen.” Op het ogenblik heeft hij een kamertje bij een oude vriend, Nico. “We ontmoetten elkaar tien jaar geleden op het strand in Zandvoort. Tegenwoordig kook ik voor hem, hij is 81. Hij is leuk gezelschap.”

Wat ga je doen als je hier niet meer kunt staan?
“Ik wil iets anders interessants doen, bijvoorbeeld maatschappelijk werk. Het liefst help ik mensen met honderd tegelijk.”

Categorie: Publicaties, Z magazine Tags: Daklozenkrant

Het licht van Nikolaas

24 september 2008 door Annemiek Onstenk

Z magazine, de straatkrant van Amsterdam – 2004

Je fietst er tien keer aan voorbij. Tot een wonderschoon geluid je tot stilstaan dwingt. Een bezoeker glipt naar buiten en met hem de laatste klanken van een lied. Achter de houterige letters van het woord ‘Immanuel’ op de voorgevel blijkt een kerk schuil te gaan, de Russisch-orthodoxe Heilige Nikolaas van Myra. Het kerkkoor, de vele kaarsen, de geur van wierook en het oplichtende goud van de iconen: als een magneet trekken zij een kleine tweehonderd mensen vanuit de kou buiten de warmte in. Zoiets moois midden in het drukke stadscentrum. Russen, Grieken, Serviërs, Roemenen, Bulgaren, Nederlanders, Eritreërs, Finnen en Amerikanen wonen dicht op elkaar staand de zondagsdienst bij. Zij komen uit Amsterdam, maar er zijn ook mensen uit Almere en Zwolle. En veel kinderen. Zij kruipen tussen benen door, rennen over de balustrade of bestuderen de gezichten van kerkgangers naast hen.
Zondag 19 december is de naamdag van de Heilige Nikolaas, naar wie de kerk is genoemd. Speciaal voor deze gelegenheid is er een bisschop uit Brussel overgekomen. Een hoog goudkleurig hoofddeksel onderscheidt hem van de andere voorgangers.
De dienst en koorliederen zijn in het kerk-Slavisch, de priesters spreken Russisch en Nederlands. “Ik versta niet alles, maar de rituelen zijn ongeveer hetzelfde als in de orthodoxe kerk in Griekenland,” zegt een jonge moeder met een wandelwagen achterin de kerk. “Wij zijn Grieks-orthodox. Ik kom niet elke week. Maar omdat het kersttijd is, ben ik met mijn dochter naar de communie geweest.” Zij pakt haar kleintje goed in tegen de vrieskou. Orthodox kerstmis is op 7 januari. Het nieuwe jaar begint op 14 januari.
De meeste mensen bezoeken Nikolaas om te bidden. Van tijd tot tijd buigen zij hun hoofd en slaan een kruisteken, in omgekeerde volgorde als de rooms-katholieken. Een enkeling tikt tijdens de dienst een paar keer de grond aan.
“Ik vind hier rust,” zegt een jonge vrouw. “Door de week heb ik veel te piekeren, in het weekend ga ik bidden. Dat geeft me steun. Ik hoor eigenlijk bij de Servisch-Orthodoxe kerk op de Wallen. Mijn vader is daar priester. Ik ben half-Servisch.” Af en toe gaat ze even naar buiten tijdens de ruim twee uur durende dienst. “Ik heb frisse lucht nodig. Ik heb buikpijn, ik eet niet voordat ik naar de kerk ga.”
Achterin de kerk is het een komen en gaan. Mensen lopen binnen en verlaten het gebouw weer na korte tijd. Ouderen en jongeren. Keurig in de kleren, leren handschoenen in de hand en sjofel met vettig lang haar. Wat zoeken en vinden ze?
“Ik kom hier vooral om een kaarsje aan te steken voor mijn familie, mijn gezondheid en geluk,” vertelt een Servische Amsterdammer als hij weer buiten staat. “Mijn familie in Servië doet dat daar voor mij.”
Voor de orthodoxe bezoekers is het deze maand een soort Ramadan. “Mijn broer vast zeven weken,” zegt de Servische man. “Maar ik ben niet zo fanatiek.” Vandaag wordt er vis gegeten, geen varken of kip. Hij viert de naamdag thuis, met een vriend.
“De kerk is een religieuze aangelegenheid, wij hebben geen culturele of ontmoetingsfunctie,” zegt Vader John Sewter, een van de voorgangers. Maatschappelijke betrokkenheid is er wel. “Wij doen met andere kerken mee aan Met hart en ziel-bijeenkomsten, om geweld en onenigheid tussen bevolkingsgroepen te voorkomen.” John is Engels van origine en woont in Alkmaar. Hij is na jarenlang activiteiten voor de kerk gewijd tot diaken. Hij herinnert zich hoe menig Oost-Europeaan na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn aan de deur klopte. “Men zocht onderdak en wilde iets te eten. Wij zaten met de handen in het haar. De rooms-katholieke kerk had vroeger eigen stukken land, weeshuizen en scholen. Wij hebben geen geld en konden mensen niet helpen, hoe graag we ook wilden. Wij verwezen hen door naar de zusters in de binnenstad. Gelukkig wonen er inmiddels zoveel Oost-Europeanen in Amsterdam dat migranten terecht kunnen bij familieleden.”
Op 19 december haalt een jongen in de kerk geld op voor kinderen van Beslan. In 2005 bieden vrijwilligers van de kerk 25 kinderen uit Beslan een vakantie in Amsterdam aan.
Aan het einde van de dienst worden cadeaus uitgewisseld met het hoge buitenlandse bezoek. De gelovigen vormen een rij om de bisschop één voor één een kus op de hand en het kruisbeeld te drukken. Zij krijgen een Russisch prentje met de kalender en heilige dagen in 2005 mee.
Als ik vertrek loop ik naast een wat oudere, gezette Grieks-Amsterdamse meneer. Hij geeft me een brede grijns en zijn prentje. Hij komt hier nu drie jaar, iedere week en het doet hem zichtbaar goed. Voor zijn Grieks-orthodoxe geloof is er geen kerk in Amsterdam, maar Nikolaas is een goed alternatief. Maar hij moet gaan: zijn werk op luchthaven Schiphol wacht.

Doordeweeks kom ik nog eens terug voor een bezoek aan het informatiecentrum. Eén blik in de kerk en ik ontnuchter. Zonder licht is het een ontzielde plek, bijna kleurloos. De iconen zijn van kostbare museumstukken veranderd in spulletjes van de vlooienmarkt. De betovering is doorbroken. Bekoring is iets voor zon- en feestdagen.

Categorie: Publicaties, Z magazine Tags: Multicultureel bidden

Hans Revier over de Waddenzee

23 september 2008 door Annemiek Onstenk

Plus Magazine – 2008

“Er is in Nederland nog één gebied met oorspronkelijke natuur en dat is het Waddengebied. Je kunt je als mens nog nietig voelen in dit grootste getijdengebied ter wereld. De sensatie van leegte die toeristen op de gletsjers in Nepal zoeken, vind je ook bij ons op de Wadden. De Waddenzee is ondiep en staat bij eb zelfs droog. Het water is er dus relatief warm. Daardoor ontstaat uniek leven op de bodem van de zee: kiezelwieren, plankton, zeegras, kokkels, garnalen, vissen… Dat trekt scholeksters, rosse grutto’s, wulpen, kluten en tientallen andere vogelsoorten aan, maar ook zeehonden die hier hun jongen krijgen. De Waddenzee is onvervangbaar en uitzonderlijk. Daar moet je voorzichtig mee zijn. Het is weliswaar een internationaal, nationaal en regionaal beschermd gebied, maar toch proberen vissers, energieproducenten, gemeenten en ondernemers steeds weer onder die bescherming uit te komen. Er zijn nu teveel industriële activiteiten, zoals de gaswinning en de intensieve visserij. Die brengen schade toe. Als de bodem daalt door gaswinning en de zeespiegel bovendien stijgt door klimaatverandering, krijgt de Waddenzee een ander karakter waardoor de diversiteit van soorten afneemt. Dat proces is al ingezet, de natuurlijke mosselbanken weg, dat waren de koraalriffen van het Wad.
De gaswinning is tegenwoordig, mede door toedoen van natuur- en milieuverenigingen, omgeven door zeer strenge wetgeving. Maar je kunt er vergif op innemen dat er over een paar jaar weer een nieuwe aanvraag komt om te mogen boren naar andere gasvelden. De discussie over de mosselvisserij loopt al vanaf 1990. Er is allang aangetoond dat visserij schade toebrengt, maar nu drijft de vissersbranche de zaak toch weer op de spits. Het lijkt aan politieke wil te ontbreken om de Waddenzee écht te beschermen. Er zou een totaalplan gemaakt moeten worden voor duurzame ontwikkeling, waardoor beperkte economische bedrijvigheid kan plaatsvinden zonder het wezen van het Waddengebied aan te tasten. Een plan met ontzag voor de natuurwaarden van de Waddenzee en dat de bescherming serieus neemt, zodat je achteraf niet allemaal procedures nodig om de schade in beeld te brengen en te repareren.”

Categorie: Plus Magazine, Publicaties Tags: Waddenzee

Kilometers kwaliteit en een toef duurzaamheid. Innovatie van bedrijventerreinen.

22 september 2008 door Annemiek Onstenk

 

NH – 2003

Geschakeld bouwen, serverhosting, segmenteren en een ‘kostenefficiënte kwaliteitsslag in dienstverlening’. De vaktaal imponeert. Maar wat gebeurt er precies? Wat zijn de sterke kanten van een geherstructureerd of duurzaam bedrijventerrein, wat doet een parkmanager en hoe zit het met de ICT-voorzieningen? Kwaliteit, duurzaamheid en innovatie blijken key issues in de metamorfose van voormalige industriegebieden in moderne business parken.De Haarlemse Waarderpolder is een van de eerste herstructureringsprojecten waar de provincie geld in heeft gestoken. Verspreid over het 150 hectare grote industriegebied tussen de Spaarne, het spoor en de Mooie Nel liggen oude bedrijfsterreinen van tezamen 35 hectare die worden geherstructureerd en opnieuw uitgegeven. In een enkel geval zijn nieuwe kavels aangelegd. 17 hectare is af en in bedrijf genomen. “Van de kant van de provincie is het scheppen van werkgelegenheid de enige harde eis,” zegt Steef de Looze, programmamanager vanuit de gemeente Haarlem. “Die doelstelling wordt hier met een gemiddelde van 80 werknemers per hectare ruim gehaald.” Hij is ambitieus én realistisch: “Je kunt wel hogere eisen stellen, maar de markt beslist uiteindelijk.” Ambitieus is het streven de nieuwe terreinen een sterke uitstraling te geven door ze schoon, heel en veilig te houden. Ook parkmanagement, milieumaatregelen en collectieve voorzieningen moeten de kwaliteit van het gebied verhogen. Realistisch is dat afhankelijk van de bereikbaarheid en de ligging ten opzichte van de stad verschillende accenten worden gelegd. Knelpunten zijn het ontbreken van een extra oeververbinding met het centrum en de trage sanering. Het resultaat is een lappendeken van degelijk ontwikkelde en in ontwikkeling zijnde bedrijfsterreinen met hier en daar een toef duurzaamheid.
Op een wat afgelegen, moeilijk uitgeefbaar terrein worden geen hoge eisen gesteld aan de bebouwing. Het zwaartepunt ligt op het clusteren van bedrijven, het zogenoemde segmenteren. Elders is een media- en cultuurpark in ontwikkeling. In en rond de karakteristieke gebouwen van de voormalige gasfabriek komen grafische bedrijven, studio’s en uitgeverijen. Dichter bij het centrum van Haarlem is dubbel grondgebruik verplicht en zijn de eerste bedrijfspanden met auto’s op het dak verrezen. Op het terrein ten noorden van NS-station Haarlem Spaarnwoude – een toplocatie die vreemd genoeg nog braak ligt – gaan parkeernormen gelden en komen hoge kantoorgebouwen. Middenin de Waarderpolder is een staaltje van vernieuwing te vinden. Een oude uitgeverij is omgetoverd in het multifunctionele Crown Business Center. Behalve onderdak aan tal van bedrijven, biedt het hoogwaardige faciliteiten waar ook anderen gebruik van kunnen maken. Er zijn chique vergaderruimten, er is een restaurant op stand in gevestigd en er zijn collectieve voorzieningen als kinderopvang en fitnessruimte.

Duurzaam
Inrichting van een volledig nieuw bedrijventerrein in daartoe vrijgemaakt weiland is een heel ander verhaal. Geen lastige sanering of gevestigde belangen waarmee rekening moet worden gehouden. In Heemskerk ligt “het meest milieuvriendelijke bedrijventerrein van Nederland” zoals projectontwikkelaar de Kennemer Bouwgroep op elke mailing vermeldt. De Trompet is 18 hectare groot en wordt doorsneden door een spoorlijn. Het deel dat wegens leidingen niet bebouwd kan worden wordt ecologisch ingericht met water en groen. Fase 1 aan de westzijde van het spoor is bijna gereed. In juni 2001 gingen de eerste bedrijven van start. Van de 60 vestigingen die er zullen komen zijn er 45 in bedrijf, het merendeel kleinschalig.
De Trompet is een fraai ogende blikvanger in het landschap en een voorbeeld van duurzaamheid. De architectuur doet eerder aan woningbouw denken dan aan een bedrijventerrein: geen ‘dozen’ maar op het zuiden gerichte punten en bogen, bakstenen in plaats van prefab wanden en golfplaten. Bedrijfsunits worden aangeschakeld gebouwd en in twee lagen opgeleverd. Op het dak kan een derde verdieping worden gebouwd. Langs de gevel zonnepanelen die 40.000 kW aan stroom opleveren. Binnen zijn HR-lampen aangebracht. Op het terrein is een gescheiden rioolstelsel. Het bedrijfsafval wordt gescheiden en vervoerd door één transportbedrijf. De projectontwikkelaar hanteert een selectief vestigingsbeleid.
Door de keuze van het materiaal én de installatie van warmtepompen wordt een grotere reductie van CO² uitstoot bereikt dan het streven van 40%. Daar staat tegenover dat De Trompet, gelegen aan de A9, vooral per auto (en fiets) bereikbaar is en niet per openbaar vervoer. Herman Gerrits van de Kennemer Bouwgroep: “Een energiezuinig park heeft het imago van duur, maar op termijn is het goedkoper dan elders. Ik trek belangstellenden vrij snel over de streep. Men waardeert de veiligheid, de uitstraling en de goede bereikbaarheid. Bedrijven zijn verplicht lid van de Vereniging van Eigenaren. De investeringen in voorzieningen brengen ze grotendeels zelf op. Voor de aanleg van warmtepompen is aanvullende subsidie ontvangen.”
De gemeente, initiatiefnemer van De Trompet, is nauw betrokken bij de ontwikkeling. En heeft het druk met de PR. Projectleider Thea Olivier van EZ: “We worden veel gebeld door andere gemeenten, maar ook door studenten uit het hoger onderwijs. Wij leiden regelmatig bezoekersgroepen rond.”

Parkmanagement
Nieuwe ster aan het firmament is de parkmanager. Parkmanagement voegt extra kwaliteit toe aan bedrijventerreinen. Een voorbeeld. De Schiphol Area Development Company (SADC) heeft in 1999 dochter Parkmanagement BV op de wereld gezet. Het parkmanagement coördineert facilitaire diensten, het voert ze niet zelf uit. In het (verplichte) basispakket zit gebiedsbeveiliging, coördinatie afvalinzameling, vervoermanagement en onderhoud van de openbare ruimte. Bedrijven kunnen dat pakket aanvullen met gebouwbeveiliging, afvaltransport e.d. Zowel de diensten als het management worden betaald uit contributiegelden van de Vereniging van Eigenaren. Op Business Park Lijnden functioneert het parkmanagement al, op terrein de Oude Meer is het in voorbereiding. De andere parken van SADC volgen nog.
Erwin Leydekkers van SADC: “Met parkmanagement leveren we een hoogwaardig bedrijvenpark waar de bewoners centraal staan. Wanneer bedrijven meer willen en het rendabel is, zorgen wij daarvoor.”

PIP
Een volgende stap is dienstverlening via internet, een service waarmee een bedrijvenpark zich kan onderscheiden. Op Westpoort in Amsterdam is er al ervaring mee opgedaan. Uitvinder GreyLam (telecom- en internetbedrijf) heeft er een logistiek snufje aan toegevoegd. Met Europees geld en steun van de provincie is het Parkmanagement Informatie Platform ontwikkeld, kortweg PIP. Het is in september 2002 operationeel geworden. Eerste gebruiker is het Anthony Fokker Business Park bij Schiphol, waar vier mensen het park managen. Hanco Ravelli van GreyLam: “PIP is een gesloten systeem. Bedrijven op het terrein kunnen melding doen van een kapotte lantaarnpaal voor de deur. PIP bevestigt de melding online en doet verslag van de afhandeling ervan. Bedrijven kunnen ook interactief bestellingen plaatsen, of het nu om het huren van een zaal, broodjes, fitness of om kinderopvang gaat. Als leveranciers op internet actief zijn, maken we een link op het PIP. Na afloop van de proefperiode neemt het Fokker Business Park het systeem af. Dan kunnen ook anderen het kopen of huren.”
De provincie steunt PIP in het kader van Cyberpolder, een project om met ICT de kwaliteit en concurrentiepositie van Noordhollandse bedrijventerreinen te vergroten. In maart 2003 wordt het project geëvalueerd.

Digitaal bereikbaar
Dataregiocentre op bedrijventerrein Noorderveld in Wormerveer is specialist in serverhosting. In een ruimte van Dataregiocentre, de co-locatie, worden de gegevens van klanten tegen stroomuitval, brand, inbraak e.d. beveiligd. Het bureau fungeert zo als een collectieve back up en is 7 dagen per week 24 uur per dag toegankelijk. Ook websites worden vanuit Dataregiocentre gedraaid. Directeur Carel Thomson: “Door deze dienstverlening zag Netshare uit Gouda er brood in glasvezelkabels naar Noorderveld aan te leggen.” Het gaat hier om particulier initiatief dat de digitale bereikbaarheid van bedrijventerreinen genereert en vergroot.
In Wieringerwerf is het de gemeente die investeert in de aanleg van een ICT-netwerk. John Dekker is projectleider voor de ontwikkeling van Robbenplaat (20 hectare in de 1e fase): “Voordat er wordt gebouwd willen we glasvezel, coax en mantelbuizen in de grond om meer hoogwaardige bedrijven te trekken. We hebben ICT-bedrijven uitgenodigd om te praten over aanleg van het net en zijn met één van hen, Multikabel, in zee gegaan. De gemeente neemt 65% van de onrendabele investering voor zijn rekening en versleuteld dat in de grondprijs.”
De bekende vicieuze cirkel van telecombedrijven die huiverig zijn voor de dure aanleg van glasvezel en een gemeente die op voorhand geen garantie voor afname kan geven, is hiermee doorbroken. Het ICT-netwerk ligt er voor het einde van 2002.

Het Programma herstructurering bedrijventerreinen van de provincie Noord-Holland dient ter verhoging van de kwaliteit van bedrijventerreinen. Nieuwe bedrijven moeten zich willen vestigen en ook bestaande bedrijven moet perspectief worden geboden. Het programma loopt tot 2004. Centraal staan de bereikbaarheid en het – zo mogelijk op duurzame wijze -opknappen, onderhouden en (her)inrichten van bedrijventerreinen.
In 2001 heeft de provincie een bedrag van € 6.264.443 geïnvesteerd in een achttal projecten. Daarnaast heeft Noord-Holland € 6,8 miljoen ontvangen van het rijk (TIPP-regeling). De provincie heeft dat bedrag – eveneens bestemd voor investeringen in bedrijventerreinen – vermeerderd met ruim € 5 miljoen aan cofinanciering. Omdat er meer goede herstructureringsplannen dan middelen zijn, is in 2002 een extra bedrag van € 2 miljoen uit het investeringsfonds FINH van de provincie voor dit doel aangesproken. Ook in 2003 wil het dagelijks bestuur (GS) van de provincie ruim € 2 miljoen uit het FINH investeren in de herstructureringsprojecten. De provincie treedt op als co-financier. Gemeenten en projectontwikkelaars nemen meestal de hoofdmoot van de financiering voor hun rekening.
Behalve een Programma herstructurering stimuleert de provincie sinds eind jaren negentig ook het duurzaam inrichten van bedrijventerreinen. Sinds 1999 is er een Programma duurzame inrichting bedrijventerreinen met een looptijd tot 2004. Jaarlijks stelt de provincie een bedrag van € 265.000 beschikbaar voor zaken als haalbaarheidsstudies en procesbegeleiding. Eind 2003 zijn er 40 lopende projecten. Voor subsidie komen projecten in aanmerking waarin voorzieningen worden gerealiseerd die tot minder milieubelasting en een geringer ruimtebeslag leiden. Gestreefd wordt naar een win-win situatie waarbij zowel het milieu als het bedrijf baat hebben bij de duurzame inrichting. De provincie werkt aan een website waardoor de opgedane kennis en ervaringen met duurzame bedrijfsterreinen voor een groter publiek toegankelijk worden.
Nieuw is het programma Innovatief Ruimtegebruik. Dat begint met een pilot: het ‘Bedrijventerrein van de toekomst’ in de Blaricummermeent (in voorbereiding). GS willen in 2004 een bedrag van € 1,8 miljoen beschikbaar stellen voor de (her)inrichting van bedrijventerreinen waarbij 10% ruimtewinst wordt geboekt en kwaliteit en duurzaamheid voorop staan.
In de toekomst zullen de drie programma’s in elkaar worden geschoven.

Categorie: Provinciaal beleid, Publicaties Tags: Duurzame bedrijventerreinen

Henry Meijdam: ‘Geen nieuwe overloop zonder balans tussen wonen en werken.’

22 september 2008 door Annemiek Onstenk

NH – 2003

Een motto heeft het streekplan nog niet. De bestuurders van het nieuwe college van GS hebben het op het moment van schrijven zelfs nog niet geaccordeerd. Het past bij de ruimte die GS de regio wil geven bij het vaststellen en uitvoeren van het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord. Tot in het laatste stadium van de beleidsvorming wordt interactief gewerkt. Niets ligt nog vast. Maar als het aan gedeputeerde ruimtelijke ordening Henry Meijdam ligt, staan het herstel van de woon/werkbalans en de bereikbaarheid van het Noorden centraal. Rigide verboden komen er alleen waar bijzondere cultuurhistorie, natuur en landschap in het geding zijn. “Waardevolle dingen moet je niet aantasten.”

‘Ontwikkelen met kwaliteit’ heet het Ontwikkelingsbeeld. Welke kwaliteit heeft dit conceptplan dat het vigerende streekplan niet heeft?
“Er is meer samenhang tussen de functies. In het verleden gingen we vooral sectoraal te werk: iedereen moest z’n programma kwijt en zocht daarvoor een plekje in het streekplan. Nu zeggen we: als mensen ergens gaan wonen, moeten er ook plekken zijn waar ze kunnen recreëren en er moeten banen zijn. Deze aanpak leidt tot meer kwaliteit én tot een grotere uitvoerbaarheid.

U wilt in de regio alleen bouwen voor de eigen bevolking, kunnen bemiddelden uit de randstad geen villa in het groen kopen?
De nieuwe huisvestingswet staat niet toe mensen het wonen op een bepaalde plek te verbieden. Wat het thema wonen betreft is ons oogmerk wel vooral de eigen behoefte op te vangen.

Hoe garandeer je dat er beweging in de woningmarkt komt, dat het mooie wonen in het groen betaalbaar is voor (een deel van) de lokale bevolking zodat men doorschuift en ook starters op de huizenmarkt een kans maken?
Garanties voor beweging op de woningmarkt kun je niet geven. Gemeenten kunnen economische gebondenheid als regel voor toewijzing hanteren. Verder zal het wel zo blijven dat huizenkopers zich vrij kunnen vestigen. Maar vergeet niet dat met de opbrengst van dure villa’s aan het Wieringerrandmeer weer wat anders kan worden gedaan.

In de plannen zweven doelstellingen als welzijn en leefbaarheid en wonen/werken voor de eigen bevolking soms wel erg losjes boven de concrete voorstellen. De ontwikkelingskansen die worden geboden zijn fors. In het Toetsingskader staat dat Noord-Holland Noord bovendien de problemen van de deltametropool, lees de randstad, moet helpen oplossen. Wat wordt het, het accent op regionaal of toch oriënteren op de randstad?
“De koers is nog niet duidelijk vastgelegd, keuzen staan nog niet vast. Het ontwikkelingsbeeld is een poging de ruimtelijke vragen van het gebied op te lossen De manier waarop we dat doen is flexibel. We willen uitvoeringsgericht zijn met maximale betrokkenheid van mensen, het is geen plan voor in de la. Het streekplan dat op basis van het ontwikkelingsbeeld wordt gemaakt zal evenmin als toetsings- en controleapparaat worden ingezet. Het is niet meer van deze tijd om gemeenten op te leggen wat waar komt. Door samenspraak en overleg zorg je dat het gebied er zelf enthousiast mee aan de slag gaat.

U cijfert uzelf weg. Leidt zo’n opstelling tot uitholling van de rol van de provincie?
Nee, iedereen heeft inspraak maar wij moeten uiteindelijk de taart bakken.We veronachtzamen onze beleidsuitgangspunten niet. Het Ontwikkelingsbeeld, straks streekplan moet oplossingen bieden voor vraagstukken als de woonwerk balans en de ontsluiting van het gebied. De werkgelegenheid moet gelijke tred houden met de bevolking. Wij kiezen voor voldoende ruimte voor bedrijvigheid en willen alleen autonome groei van de bevolking toelaten. Voor woningbouw betekent dat een extra taakstelling van 30.000 woningen.
We onderscheiden gebieden waaromheen contouren zijn getrokken en gebieden die zo waardevol zijn dat we ze willen beschermen, zowel vanuit het oogpunt van natuur en milieu als cultuurhistorie. In het gebied dat overblijft kunnen gemeenten – binnen condities natuurlijk – hun gang gaan. Zo moet een bestemmingsplan altijd gepaard gaan met een beeldkwaliteitsplan.

Leidt interactief werken tot andere keuzen van GS?
Die kans bestaat. In Noord-Kennemerland leeft onder bestuurders de mening dat GS voorbij gaan aan hun inbreng. Zij hebben grote zorgen over de balans tussen het aantal inwoners en de werkgelegenheid. Als de mensen gelijk hebben en het voorliggende eerste concept onvoldoende voorziet in antwoorden, ben ik bereid dat aan te passen.

Er is uitgebreid aandacht voor zorg, huisvesting en welzijn van doelgroepen als ouderen, jongeren en jonge gezinnen. Maar er is, vergeleken met de andere terreinen, geen of weinig overleg geweest met betrokken instellingen, alleen met woningcorporaties. Hoe moet het met de uitvoering van de voornemens?
De hele situatie op welzijnsgebied zit in een ontwikkelingsfase. Door de vergrijzing moeten er nieuwe voorzieningen komen. Wij creëren daarvoor de ruimte. Het streekplan geldt voor tien jaar, met nog een doorkijk naar de volgende tien jaar. Gemeenten kunnen ook over een paar jaar nog invulling geven aan de plannen.

En als het gaat om het wegwerken van achterstanden?
Middels het Investeringsprogramma stedelijke vernieuwing (ISV) proberen wij in de noden van nu te voorzien. En er staan geen ijzeren schotten tussen ISV en uitvoeringsprojecten in het kader van het streekplan.

Landelijk lijkt polderen passé, u lijkt de smaak juist te pakken te hebben?
Je moet niet te veel kletsen zonder dat er een ei wordt gelegd. Waar het mij om gaat is het oplossen van problemen in het gebied. Dat gaat beter met een door betrokkenen gedragen streekplan. Als dat ouderwets is, het zij zo.”

 

Het plan in het kort

Centrale doelstellingen van het concept Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord zijn het vergroten van welzijn en leefbaarheid, groei van de regionale economie, bouwen voor de eigen bevolking en verbetering van de bereikbaarheid van het gebied. Wie daarbij vooral aan kleinschaligheid denkt, komt bedrogen uit. De Woning- en (spoor)wegenbouwers kunnen voorlopig voort in het gebied. Bloembollen, glastuinbouw en andere bedrijvigheid krijgen ruim baan. Voor de waterberging bestaan grootse plannen. Van grove lijnen, gauw klaar is evenwel geen sprake. Het plan getuigt van precisiewerk, waarbij bestemmingen zorgvuldig zijn ingepast. Karakteristiek open gebied – bijvoorbeeld tussen Castricum-Limmen en St. Pancras-Alkmaar – wordt beschermd, evenals cultuurhistorisch erfgoed als de Westfriese Omringdijk. Gebieden die ook beschermd zijn volgens de Habitat- of Vogelrichtlijn, zoals de Leekerlanden, zijn uitgesloten van verstedelijking of ander ruimtelijk ingrijpen.

 

Woningbouw

Tot 2030 komen er 65 000 woningen bij, inclusief de al vastliggende contingenten (± 35000 woningen). De stedelijke gebieden Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk (HAL) en Hoorn, Enkhuizen en Streek (HES) mogen verder groeien als respectievelijk centrumstad en bandstad, maar zullen niet aan elkaar groeien. Woningbouw in en rond kleine kernen wordt toegestaan.

Gemeenten krijgen meer vrijheid dan in het verleden om hun plannen voor woningbouw te ontwikkelen. De provincie stelt wel randvoorwaarden, zoals het in overleg met buurgemeenten opstellen van een woonvisie.

Waardevolle natuur en cultuurhistorie worden beschermd. Waar het volgens GS kan, is mooi wonen in het groen toegestaan.

 

Bedrijfslocaties

Het bedrijfsleven krijgt eveneens de kans om uit te dijen, geconcentreerd rond een aantal locaties. Men kiest niet voor bedrijvigheid langs corridors. Er komen nieuwe regionale bedrijventerreinen bij Den Helder (functie maritiem), West-Friesland (transport), Wieringermeer (agribusiness) en Alkmaar (overige bedrijvigheid).

De bloembollenteelt krijgt extra ruimte in de Noordkop (2900 ha.), de glastuinbouw in de Wieringermeer, Het Grootslag (bij Andijk) en Heerhugowaard. Om extra werkgelegenheid te scheppen wordt in de Wieringermeer grootschalige glastuinbouw gecombineerd met een agribusinesscentrum.

 

Fysieke infrastructuur

De N99 wordt opgewaardeerd. Als de aanleg van het Wieringerrandmeer doorgaat, zal nut en noodzaak worden onderzocht van een omlegging van de rijksweg naar Wieringenwerf of Middenmeer (aansluiting op A7). Over het tracé van de Westfrisiaweg en over de vraag of de weg nieuw wordt aangelegd dan wel opgewaardeerd, wordt uiterlijk in 2005 een beslissing genomen. De A9 naar Alkmaar zien GS graag verbreed. Het spoor kan op verschillende trajecten worden verdubbeld.

 
Water

De capaciteit voor waterberging groeit met 2%. In nieuwe stedelijke gebieden moet 11% van de oppervlakte water kunnen opvangen en/of bergen.

 

Sociale infrastructuur

Er is aandacht voor huisvesting, zorg en welzijn voor doelgroepen als ouderen, jongeren en jonge gezinnen. De provincie geeft een aanzet om problemen als de vergrijzing en verschraling van voorzieningen op het platteland het hoofd te bieden. Gemeenten worden uitgenodigd met concrete plannen  te komen.

Het plan voorziet in de bouw van 8700 aangepaste nieuwe woningen voor het zelfstandig wonen van mensen die zorg behoeven. Alle andere nieuwbouwwoningen moeten levensloopbestendig zijn.

De problemen van starters om aan een woning te komen hoopt de provincie te ondervangen met doorstroming op de huizenmarkt.

Categorie: Provinciaal beleid, Publicaties

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 7
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

    Artikelen

    Selecteer subcategorie
    category
    6a278823db199
    1
    1
    27
    Loading....

    Volg mij op

    • LinkedIn

    © 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign