• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Publicaties

‘Re-integratie is geen wasstraat’

18 december 2015 door Annemiek Onstenk

Zitten werkgevers te wachten op medewerkers die geregeld verzuimen vanwege psychische problematiek? Ja, dat doen zij. [Lees meer…] over‘Re-integratie is geen wasstraat’

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Recente artikelen

Formeel en informeel in de participatiesamenleving

23 november 2015 door Annemiek Onstenk

voor site Participatie en herstel – november 2015

Zorgcoöperaties, daklozen die hun eigen nachtopvang beheren, buurtmoestuinen en bibliotheken in eigen beheer. Steeds meer burgerinitiatieven dagen gemeenten, welzijnsorganisaties en zorgaanbieders uit anders te werken. Lukt dat en nemen vrijwilligers de voorziening over? Worden onbetaalde ervaringsdeskundigen serieus genomen en werken professionals samen op basis van gelijkwaardigheid? Of kapselen instituties sociale doe-het-zelvers na verloop van tijd ing en gaan zij dan zelf tot de ‘systeemwereld’ behoren? Deze vragen stonden centraal tijdens het Nationaal Laboratorium over formele en informele zorg, 6 november 2015 in De Buurtzaak in Amsterdam. Op het programma stonden theater, inleidingen en dertien labs, zoals workshops op het ogenblik heten, over onderwerpen als wijkteams, basisinkomen, buurtgezinnen en schuldhulpverlening. De dag was georganiseerd door het Tijdschrift Sociale Vraagstukken, Vrije Universiteit en Hogeschool van Amsterdam, Vrijwilligersacademie en Eropaf!.

In de wijk
Iedereen kent waarschijnlijk wel een burgerinitiatief dat moet voldoen aan bureaucratische regels of waarbij sociale professionals gaan bepalen ‘hoe het moet’. Op 6 november kwamen organisaties aan het woord die in ieder geval proberen anders te werken. Zoals Clup Welzijn in Purmerend waar vrijwilligersorganisaties, bewoners en professionals van o.a. Humanitas samenwerken in wijknetwerken. ‘We werken op straat,’ zegt ‘netwerktrekker’ Wouter Burger. ‘De aanpak is kleinschalig, zodat snelle actie en interactie in de eerste lijn mogelijk zijn.’ Als psychiatrische expertise nodig is, probeert men de Ggz erbij te betrekken zonder belemmerd te worden door indicaties en financiële kaders. ‘De gemeente bekostigt de zorg flexibel.’ De sociale wijkteams, die integrale zorg en ondersteuning moeten bieden en burgers activeren, zijn in Purmerend onderdeel van de wijknetwerken. ‘Je moet als professional niet boven de andere deelnemers gaan staan.’
In Leeuwarden is zijn acht frontlijnteams actief, elk team in een andere wijk. Welzijnsorganisaties en zorgaanbieders leveren gedetacheerde professionals voor de teams. De oude grote welzijnsstichting is verdwenen. In het frontlijnteam zijn de professionals specialist, voor bewoners generalist. ‘We gaan op mensen af, bellen huis aan huis aan en sturen geen brieven,’ vertelt teamleider voor twee wijken Nynke Altinga. ‘We halen alles op, opvoedproblemen, schulden en sociaal isolement. Zien we onder schooltijd een leerplichtig kind op straat, dan gaan we er achteraan tot we contact met de ouders hebben. Zijn de gordijnen bij iemand langer dan normaal dicht, dan bellen we aan. Als iemand niet opendoet, schuiven we een briefje onder de deur door. Is jeugdzorg of participatie nodig, dan schrijven we daar zelf de indicaties voor. Als specialistisch aanbod nodig is koppelen we dat terug naar het team.’ De frontlijnteams werken ook samen met buurtinitiatieven en vrijwilligers. Zo is in een van de wijken een zorgcoöperatie opgericht, in een andere wijk is een buurtmoestuin ontstaan, een buurtwinkel, taalpunt en sportpark. Nynke Altinga: ‘Zo versterken we de nulde lijn en ontstaan veel nieuwe verbindingen in de wijk.’

Gelijkwaardig
Deze professionals in Purmerend en Leeuwarden werken onder de mensen dus, ondersteunen burgerinitiatieven en werken samen met vrijwilligers. Het lab over sociale wijkteams werd (uitstekend) geleid door ervaringsdeskundige Astrid Philips van Team ED. Maar aan de discussie namen geen vrijwilligers uit beide gemeenten deel om te vertellen hoe zíj tegen de samenwerking met de wijknetwerken in Purmerend en de frontlijnteams in Leeuwarden aankijken. Men heeft het in Purmerend overigens niet meer over ‘professionals’ en ‘vrijwilligers’. Wouter Burger: ‘Wij zeggen betaalde en niet-betaalde krachten.’ Of vrijwilligers de betaling van beroepskrachten ongelijkwaardig vinden en of onbetaald meewerkende ervaringsdeskundigen zich wel eens gebruikt voelen, werd niet duidelijk. Noch wat betaalde krachten vinden van de mogelijk verschillende inzet van hun niet betaalde collega’s. Het verloop onder vrijwilligers kan immers groot zijn, waardoor de continuïteit van diensten niet is gegarandeerd. Het informele aanbod zit ook niet in het sociale wijkteam. Over de aard van de samenwerking waren en bleven de deelnemers het echter volmondig eens: die is gelijkwaardig of moet dat zijn. ‘Het kan niet zo zijn dat een professional de vrijwilligers ‘erbij’ betrekt. De vrijwilligers zijn trouwens meestal in de meerderheid.’

Genuanceerd
We plaatsen initiatieven van onderop bijna vanzelfsprekend als ‘goed’ tegenover de gevestigde, van boven komende orde. Het lijkt ideaal om het informele altijd te verkiezen boven het formele en de bureaucratie, stelt hoogleraar Justus Uitermark van de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Buiten de gevestigde kaders vinden we creativiteit en vernieuwing. Maar informaliteit kan ook beklemmend zijn, terwijl formalisering een bevrijding uit oude afhankelijkheidsrelaties kan betekenen.’ Ouderen en chronisch zieken zijn vaak blij dat zij niet (uitsluitend) afhankelijk zijn van de zorg van hun kinderen of naasten, dat zij een beroep op professionele zorg kunnen doen. Justus Uitermark: ‘Formele instituties beschermen ook tegen uitsluiting.’ Hij meent dat de overheid met haar formele kaders het beste op afstand kan blijven maar tegelijkertijd burgerinitiatieven moet faciliteren en ondersteunen. ‘Burgerinitiatieven kunnen formele systemen beter maken.’
Vergeleken met de, vaak peperdure, welzijnscongressen op de zakelijke eventmarkt, was dit Nationale Lab een vrolijke verademing. Dit zijn de mensen die het samen moeten doen: betrokken en creatieve burgers, beroepskrachten en denkers, financiers en beleidsmakers/wetgevers. Echt borrelen en bruisen deed het naar mijn mening niet in het Nationale Lab, maar veel mensen zullen zeker nieuwe verbindingen zijn aangegaan. De chemie was wél goed.

http://www.participatieenherstel.nl/verslag-congres-nationaal-laboratorium-burgers-buitenlui-en-beleidsmakers/1026347

 

Categorie: Zorg & welzijn

Oprichter Buurtgezinnen: ‘Vrijwilligers hebben vaak meer impact dan professionals.’

22 oktober 2015 door Annemiek Onstenk

De kerntaak van burgerinitiatief Buurtgezinnen is helpen met opvoeden van kinderen. [Lees meer…] overOprichter Buurtgezinnen: ‘Vrijwilligers hebben vaak meer impact dan professionals.’

Categorie: Jeugdzorg, Lokaal sociaal beleid, Recente artikelen

Laagbegaafd, kinderen en een baan in sociaal werkbedrijf

20 september 2015 door Annemiek Onstenk

Laagbegaafde SW-medewerkers met kinderen krijgen soms te maken met verplichte begeleiding, jeugdzorg of zelfs uithuisplaatsing. Ingrijpende maatregelen die kunnen leiden tot frequent verzuim op het werk.

[Lees meer…] overLaagbegaafd, kinderen en een baan in sociaal werkbedrijf

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Meedoen met een beperking, Recente artikelen

Annemieke Verpalen in Spiegelbeeld

21 juni 2015 door Annemiek Onstenk

in SW-Journaal mei 2015

Annemieke Verpalen kan goed onder woorden brengen hoe zij zich als kwetsbare burger door het leven slaat. Ze schreef er een boek over, Spiegelbeeld dat net is verschenen. Zo’n indringend verhaal lees je niet vaak. SW-Journaal was benieuwd naar de vrouw achter Spiegelbeeld en sprak met haar.

Ze voelde zich ‘anders’ als kind, misplaatst en nooit op haar gemak. Ook werd ze veel gepest. ‘Als kind vroeg ik me vaak af wat ik deed op de wereld, ik dacht aan dood.’ Annemieke Verpalen is nu 53 jaar sterk en doet een roerend boekje open over haar leven.
Haar vader noemde ze Grote Boze Wolf. Haar ouders scheidden toen zij twee was, een grote schande in die tijd in het katholieke Zuiden. Haar vader stalkte het gezin met drie opgroeiende dochters en stond soms voor de deur. ‘Als je pech had’, schrijft Annemieke in Spiegelbeeld, ‘dan rinkelden de ramen, werd er gescholden en geslagen’. Ze was doodsbang voor die man en vluchtte naar de buren, waar ze onder de tafel ging zitten. Haar pop met blonde haren was vertrouwenspersoon, daar vertelde ze alles aan. Sinds haar 13de ook aan haar dagboeken, ze schreef schriften vol. Ook droomde ze zich veilig door vaak naar de wolken te kijken en te fantaseren bij de vormen die ze aannemen.
Haar moeder ging full time werken en op haar kon Annemieke rekenen. Zij had er veel voor over om haar kinderen te laten doorleren om een rol in de maatschappij te veroveren. ‘Ze was alles voor ons’, zal Annemieke later schrijven. Maar als puber zat ze slecht in haar vel. Ik was ‘een kind met een dik lijf, een spleet tussen haar tanden en een minderwaardigheidsgevoel’, luidt de meedogenloze omschrijving in Spiegelbeeld. Ze had mavo/havo niveau voor de middelbare school, maar leren lukte niet. Ze bleef een keer zitten en zakte voor haar eindexamen, hoe hard ze ook werkte. Haar eigenwaarde zonk naar een dieptepunt. De wolken boden troost: ‘die lieten zon door’.
Hoewel haar vader haar ‘grootste nachtmerrie’ was, wilde ze toch naar hem toe. Hij was een ‘vijand’ maar kon als afwezige ook uitgroeien tot haar ‘grote ideaal’. In haar fantasie was hij ‘een lieve man’ met ‘een mooie baan’ bij wie ze zich veilig kon voelen. Als vijftienjarige zocht ze hem op, maar hij wilde weinig van haar weten. Annemieke was al onzeker en deze afwijzing maakte het er niet beter op. Dat hij was, ‘Ik verlangde altijd naar een vader, ben daar eigenlijk een groot deel van m’n hele leven naar op zoek geweest’. Ze ontmoette haar vader weer op latere leeftijd en goed met hem afgesloten. Hij kon geen antwoord geven op de vraag waarom hij zo agressief en gewelddadig was geweest. Annemieke verklaarde het zelf uit het feit dat haar vader marinier was.
Op haar achttiende belandde ze in het ziekenhuis. Ze had al bronchitis sinds de geboorte en bleek ook suikerziekte te hebben. ‘Ik kon nog geen theepot meer dragen’. Benauwdheid en traumatische gebeurtenissen in haar jeugd hadden haar ‘angst om groot te worden’ ingeboezemd, dacht de psycholoog met wie ze gesprekken voerde.
Maar het leven had ook moois voor haar in petto. Ze ontmoette Rob, de liefde van haar leven. De wolken had ze niet meer nodig. Rob geloofde in haar en gaf haar zelfvertrouwen. ‘Hij zei vaak “Doorgaan Miek, jij hebt talent! Ze zeggen wel dat je het niet kunt, maar je kunt het wél”.’ Op haar 21ste ging ze samenwonen met de man van haar dromen. Hij werkt als koerier, zij als schoonmaakster. Veel geld hadden ze niet, wel veel geluk. Twee jaar later trouwden ze. ‘Ik zie me daar nog staan in mij allessie bij het Maria-altaar’, schrijft ze. ‘Het lelijke eendje werd Robs vrouw’. Kon het mooier? Ja, want na een jaar kregen ze een dochter. Het leven was bijna een sprookje, Rob ‘een kanjer’ van een vader en echtgenoot. In 1989 vierden ze samen vakantie in de caravan van zijn moeder. Op de terugweg kregen ze een ongeluk, waarbij Rob omkwam. Haar wereld stortte opnieuw in, ze schreeuwde en gilde en was maandenlang ontroostbaar van onverdraaglijk liefdesverdriet om haar soulmate. Maar ze ging door. Ze had een kind te verzorgen en putte kracht uit de liefde van Rob en de eigenwaarde die hij en haar moeder haar gaven. ‘Vergeten doe ik hem nooit maar ik kon zijn dood wel een plaats geven.’
Annemieke kwam zelfs een nieuwe man tegen, die sprekend op Rob leek. Ze waren verliefd en gingen al snel samenwonen. Uit deze relatie werd een zoon geboren. Annemieke kon haar geluk niet op, maar voor een relatie was het veel te vroeg. Uiterlijk leek haar nieuwe man op Rob, als persoon niet. Hij raakte aan lager wal en omdat ze kinderen had, vertrok Annemieke met haar gezin naar een voorziening voor slachtoffers van huiselijk geweld. De structuur, onderlinge solidariteit, regelmaat en veiligheid: het verblijf van een half jaar daar deed hen goed. ‘Doorgaan’, houdt ze de lezers van Spiegelbeeld voor, ‘je bent sterker dan je denkt.’
Ze hervatten hun gewone leventje in een eengezinswoning met een tuintje. Annemieke ging werken als helpende in een ziekenhuis, later in de thuiszorg. De vader van haar zoon kreeg zijn leven ook weer op de rails en hij bleef een belangrijke figuur in haar leven.
De dood van haar moeder, in 2008, stelde Annemieke nog één keer flink op de proef. Haar moeder was haar belangrijkste houvast in het leven. Maar ze doorstond de proef met glans.
Materieel was het lange tijd sappelen. Annemieke verdiende met dertien uur werk onvoldoende om haar huishouden draaiende te houden. Er ontstonden huurachterstand en andere schulden en ze was een tijdlang aangewezen op de Voedselbank. Haar kinderen kregen op hun beurt een tik mee van de gebeurtenissen tijdens hun jeugd, maar zijn beide goed terechtgekomen. Bij een leergang bij organisatie voor zingeving Brood en Rozen deed Annemieke de inspiratie op voor het boek dat ze nu heeft geschreven. ‘Spiritualiteit heeft mij veel gegeven.’
Door de bezuinigingen op de thuiszorg, werd ze er daar ‘uitgegooid’. Ze is sinds een jaar werkloos en helemaal aangewezen op een bijstandsuitkering. De schulden zijn afbetaald. Ze doet nu vrijwilligerswerk, met toestemming van de Sociale dienst. Tot haar grote blijdschap kreeg haar zoon een kind, ‘een groot geschenk’ noemt ze haar kleinkind.
In Spiegelbeeld blikt Annemieke Verpalen terug op wie ze is geworden en hoe dat is gegaan. Het leven leerde haar vooral naar het goede te kijken. ‘Voel je kracht en geloof in jezelf. Degene die jouw leven bepaalt, dat ben je vooral zelf. Ontdek jezelf en vind.’ Als ze nu over haar schouder kijkt en haar spiegelbeeld ziet, denkt ze: ‘Leer, geniet van het leven en haal eruit wat erin zit.’
Spiegelbeeld, verschenen bij Uitgeverij Stichting MONE en gefinancierd door de zoon van schrijfster Annemieke Verpalen. Het boekje is voor € 15,95 (incl. verzendkosten) te bestellen op spiegelbeeld.boek@gmail.com Graag naam en adres vermelden, dan wordt het zo snel mogelijk opgestuurd.

Spiegelbeeld van Annemieke Verpalen gearriveerd

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Meedoen met een beperking

Verlossing van schuld en boete? Onorthodoxe oplossingen voor onbetaalde rekeningen

16 mei 2015 door Annemiek Onstenk

Tijdschrift voor Participatie en herstel – juni 2015

Rembrandt van Rijn is nu goed voor een miljardenindustrie, maar bijna niemand weet dat de zeventiende-eeuwse Amsterdamse schilder stierf als een berooid man. Hij ging failliet en moest zowel zijn woning aan de Jodenbreestraat (het huidige Rembrandthuis) verkopen als het graf in de Oude Kerk van zijn overleden vrouw Saskia. Aan de Rozengracht liep hij een huurachterstand op. Schuldeisers namen schilderijen in beslag om z’n schulden te voldoen.

Armoe kan de besten overkomen. Met schulden is bovendien iets raars aan de hand. Wanneer uitkeringsontvangers ze hebben, zijn schulden een individueel probleem; zij moeten boeten omdat ze meer geld uitgeven dan ze bezitten. Dat een eigen woningbezitter een grote schuld (hypotheek) aanging om een huis te kopen, wordt normaal gevonden, ja zelfs gestimuleerd en beloond met hypotheekrenteaftrek. Banken zelf gaan megaschulden aan om geld met geld te kunnen maken en ook de overheid heeft schulden en wel van honderden miljarden euro. De laatste drie soorten schulden zijn kurken waarop de economie drijft en worden positief benaderd; zonder schulden geen economische groei. Een ander verschil tussen schulden van individuele huishoudens en die van bedrijven, banken en overheden is dat de eersten er persoonlijk voor moeten bloeden en de laatsten de kosten van hun schulden, kort door de bocht gezegd, op de samenleving kunnen afschuiven.

Deze ongerijmdheid en het feit dat problematische schulden toenemen én vaak onoplosbaar zijn, was voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken reden een bundel samen te stellen over de mogelijkheden voor een alternatieve aanpak van schulden. In september 2014 verscheen Verlossing van schuld en boete. Onorthodoxe oplossingen voor onbetaalde rekeningen. De auteurs stellen dat schulden een maatschappelijk en geen persoonlijk probleem zijn. Omdat onverantwoorde kredietverlening en schulden vanzelfsprekend zijn in onze samenleving, moeten schuldhulp en schuldsanering uit de sfeer komen van straffen en beboeten. Temeer daar er in de hele ‘schuldenindustrie’ perverse prikkels zijn geslopen en er malafide incassobureaus zijn die onwetende schuldenaren op hoge extra kosten jagen. De achtergronden van (huishoudens met) schulden moeten meewegen in de ‘stafmaat’, de integrale aanpak in de oplossing ervan. Men zou bij schuldenaren onderscheid moeten maken tussen niet-kunners en niet-willers en maatregelen ‘op maat’ moeten treffen. In principe moeten schuldenaren hun verantwoordelijkheid nemen en terugbetalen, daarover geen misverstand in het boek. Maar soms is stabilisatie of kwijtschelding van schulden een betere of rechtvaardiger optie. Een deurwaarder zou tevens bewindvoerder kunnen zijn, om nieuwe schulden te voorkomen. Gedragsverandering is doorgaans effectiever dan stapeling van boetes en kosten. Jonge mensen kunnen leren van hun schulden, voor later, bijvoorbeeld in de Schuldencoöp. En herstel van de (vertrouwens)relatie tussen schuldeiser en schuldenaar kan meer helpen dan tussenkomst van de rechter.

De analogie tussen ‘verlossing’ van schuld en boete en de vergeving van (erf)zonden in verschillende religies in het boek, is goed gevonden. Die leidt echter niet tot praktische consequenties of aanbevelingen. De verdienste van de bundel is vooral het aanreiken van manieren om de menselijke maat terug te brengen in zowel de benadering van mensen met als de aanpak van schulden.

Verlossing van schuld en boete. Onorthodoxe oplossingen voor onbetaalde rekeningen, onder redactie van Stijn Verhagen, Lilian Linders en Marcel Ham, 2014, Van Gennep Amsterdam

Categorie: Psychische kwetsbaarheid, Qracht 500, Zorg & welzijn

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 10
  • Pagina 11
  • Pagina 12
  • Pagina 13
  • Pagina 14
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 38
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

Publicaties
  • Kwaliteiten zijn leidend, niet de psychiatrische diagnose
    Werkgevers nemen liever geen mensen aan met een psychische aandoening. Moet je wel of geen open kaart spelen over je ...
  • ‘Wacht niet tot gemeente met geld komt’
    Tegenover gemeenten die (nog) onvoldoende beschut werkplekken realiseren, staan gemeenten die dat juist heel goed lukt, zoals Westland. in: SW-Journaal november ...
  • Aan de slag zonder gesprek of cv
    Mensen aannemen zonder sollicitatiegesprek, cv of bemoeienis van de overheid: dat is ‘open hiring’. SW-Journaal verdiept zich in een fenomeen ...
  • <<
  • 1
  • ...
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • ...
  • 75
  • >>

Artikelen

Selecteer subcategorie
category
6a1c51ef708e7
1
1
27
Loading....

Volg mij op

  • LinkedIn

© 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign