In de Hollandsche Schouwburg en op het Holocaust Namenmonument in Amsterdam kom ik de naam Mietje Onstenk-Polak tegen. Ze is omgebracht in Sobibor op 21-05-1943, 79 jaar oud. Wie was Mietje en zijn wij als (verre) familie ergens met elkaar verbonden? Ik ga op onderzoek uit.
Mietje blijkt op 26 februari 1864 te zijn geboren in Rotterdam, als een van de jongsten van elf kinderen van Betje Morel en Noach Barend Polak. In 1889 trouwt ze met Israël Olman en krijgt met hem zeven kinderen, de laatste in 1902, geboren in Delft. Mietjes man Israël overlijdt in 1920 op 61-jarige leeftijd.
In mei 1923 trouwt Mietje opnieuw, nu met Petrus Wilhelmus Bernard Hendrik Onstenk, in Rotterdam. Zij is een weduwe van 59 jaar, hij een weduwnaar van 60. Deze tweede echtgenoot is in 1862 geboren in Woerden, werkt als sergeant-majoor-schrijver (?) en is eerder gehuwd met Marie Johanna Jensen, overleden in 1920. Mietje en P.W.B.H. scheiden weer in december 1927.

Navraag bij stamboomonderzoeker Hildo Onstenk leert dat deze P.W.B.H. Onstenk een neef is van de opa van mijn vader. Uit het Rotterdams stadsarchief blijkt verder dat Mietje in 1930 verhuist naar Den Haag en uit het Haags archief dat zij in 1931 weer bij deze gemeente wordt uitgeschreven naar Rotterdam. Haar laatste bekende adres aldaar is Gerard Scholtenstraat 73.
Over de jaren tussen 1931 en 1943 heb ik niet meer dan verschillende adressen waar ze woonde kunnen vinden over Mietje. De Arolsen-Archives bevatten echter Joodse Raadkaarten over haar. Daaruit blijkt dat Mietje Polak op 10 april 1943 in Westerbork wordt geregistreerd en vastgezet in barak 67. Dat is een strafbarak, dus moet zij zijn gearresteerd. De Joodse Raad Rotterdam dient vervolgens op 12 april 1943 een Antragstelle/Antragsvorbereitung voor vrijstelling in: “Betrokkene was gemengd gehuwd, bewijsstukken heeft zij bij zich.” Dat vrijstellingsverzoek op grond van Gemengd Huwelijk, met nummer 30.131, wordt diezelfde dag ingediend via of bij de Joodse Raad te Amsterdam. Op 15 april volgt de reactie: “Daar het een ontbonden gemengd huwelijk betreft, is geen verzoek mogelijk.”

In de Arolsen-Archives zit ook een notitie van 13 mei 1943 waaruit blijkt dat er op 12 mei bagage bij Mietje in Westerbork is afgeleverd.
Mietje Polak wordt op 18 mei 1943 gedeporteerd naar Sobibor en is daar direct na aankomst op 21 mei 1943 vermoord. Ook haar moeder en ten minste een van haar kinderen zijn omgebracht in Sobibor.
In de Hollandsche Schouwburg en op het Holocaust namenmonument staat Mietje als Onstenk-Polak vermeld. Haar tweede huwelijk heeft haar niet beschermd, laat staan gered. Uit respect heb ik haar naam geadopteerd. Opdat we niet vergeten.
https://www.holocaustnamenmonument.nl/nl/steun-ons/adopteer-een-naam/
Mietje Onstenk-Polak
Rotterdam, 26 februari 1864 – Sobibor, 21 mei 1943
Bereikte de leeftijd van 79


Beste Annemiek,
Wat goed dat je onderzoek hebt gedaan naar Mietje Polak. Zelf heb ik de afgelopen dagen goeddeels hetzelfde traject afgelegd, nadat ik haar naam was tegengekomen in de transportlijst van 10 april 1943 van Rotterdam naar Westerbork (Stadsarchief Rotterdam, toegang 29, inventarisnummer 983). Tot mijn verrassing stonden op haar pagina op Joods Monument geen familierelaties vermeld; die heb ik inmiddels toegevoegd.
In juli 1931 kwam Mietje vanuit Den Haag weer in Rotterdam wonen. Zij verhuisde regelmatig. Vanaf februari 1939 was zij inwonend bij andere gezinnen; eerst op het adres Nieuwehaven 141a, vanaf 8 augustus 1940 op het adres Schommelstraat 21a (bron: Mietjes alleenstaandenkaart). Na deze datum ging het bevolkingsregister over op persoonskaarten, die nog niet openbaar zijn. In elk geval verhuisde Mietje op 5 oktober 1942 naar het adres Gerard Scholtenstraat 73a (bron: woonkaart).
Die datum is opvallend. Mogelijk woonde Mietje vóór 5 oktober bij iemand die in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werd opgepakt in verband met de ‘gezinshereniging’ van gezinnen waarvan de man in een Joods werkkamp in Nederland zat. En mogelijk kwam bij diezelfde razzia het huis aan de Gerard Scholtenstraat 73 a vrij. Want Abraham Schnitzler kwam op 10 oktober 1942 aan in Westerbork – hij zal dus in een Joods werkkamp hebben gezeten. Abraham Schnitzler en zijn vrouw Flora Schnitzler-Kadiks werden op 12 oktober 1942 gedeporteerd naar Auschwitz. Mijn grote vraag is: bij wie woonde Mietje in tot 5 oktober 1942? Misschien bij een zoon, dochter, neef of nicht?
In de nacht van 9 op 10 april 1943 is Mietje thuis opgehaald en per tram en/of bus vervoerd naar Loods 24. Trix van Bennekom beschrijft het zo in haar Halte Hausdorff:
“De 2000 overgebleven Joden wonen nog steeds in hun eigen woning. Conclusie was dat er een laatste ophaalactie nodig was. Op vrijdagavond 9 april haalde de Sicherheitsdienst, met hulp van de Rotterdamse politie, achthonderd joden uit hun huizen, voor het vervoer naar Loods 24 waren vooraf bij de RET drie tramstellen en zestien autobussen besteld. Vrijwel alle medewerkers van de Joodse Raad werden die dag via Loods 24 naar Westerbork afgevoerd.”
In Loods 24 is Mietjes naam twee keer opgeschreven. Beide keren staat er: ‘Mietje Polak, gesch. echtgen. van’ en dan de naam van haar ex-echtgenoot. Omdat Mietje bij haar dood al vijftien jaar gescheiden was van Petrus Wilhelmus Bernard Hendrik Onstenk en zelf haar meisjesnaam opgaf, vind ik eigenlijk dat Mietje onder haar meisjesnaam zou moeten worden opgenomen in de slachtofferregisters.
Mietje kreeg met Israël Olman zeven kinderen die de kinderleeftijd overleefden: Betje (1889-1968), Aaltje (1891-?), Henriëtte (1894-1942), Noach Bernard (1895-?), Esther (1897-1941), Elias of Eliazar (1900-?) en Josina (1902-?). Voor zover ik zo snel kon nagaan, hebben vijf van deze kinderen de oorlog overleefd. Verscheidene van hen huwden met niet-Joodse partners.
Het is dus zeer goed mogelijk dat Mietje levende nakomelingen heeft.
Hartelijke groet,
Anne Schram