• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Publicaties

Voorzitter RvB William Schrikker Groep: ‘5% kostenbesparing op onze jeugdhulp’

3 maart 2016 door Annemiek Onstenk

‘De kwetsbaarheid van jeugdigen met een verstandelijke beperking is niet van voorbijgaande aard. Ga er niet van uit dat het ‘over’ gaat,’ zegt Erik Heijdelberg, voorzitter van de Raad van Bestuur van de William Schrikker Groep. ‘Hen moet je blijven volgen. Om bijvoorbeeld tienerzwangerschap, delicten of zelfdoding te voorkomen.’

VNG Magazine – febr 2014

Voor gemeenten is jeugdzorg een relatief nieuw beleidsterrein, de William Schrikker Groep (WSG) is gepokt en gemazeld, vooral in de gehandicaptenzorg. ErikHeijdelberg: ‘Wij bieden specialistische hulp aan jeugdigen met een beperking. Dat kan een lichamelijke of verstandelijke beperking zijn, een laag IQ, psychiatrische of verslavingsproblematiek of een chronische of progressieve ziekte. Ook kinderen van ouders met een verstandelijke beperking of verslaving en met ouders in een vechtscheiding of multiproblemsituatie, komen bij ons terecht. Deze jeugdigen vormen een kwetsbare groep. Zij groeien vaak op in een onveilige opvoedingssituatie, waar hun ontwikkeling achterblijft of gevaar loopt. De WSG voert voor deze doelgroep 20% van alle door de rechter uitgesproken gedwongen hulpverlening of beschermende maatregelen uit. We begeleiden landelijk 10.000 kinderen op dit moment.’
De WSG is blij dat het hulp- en dienstenaanbod aan jeugdigen vanaf 2015 onder de gemeenten valt. Heijdelberg: ‘Wij willen onze methodieken integreren in buurtgericht werken en de zorgketens binnen de gemeente. Bij de jeugdigen die de 700 voogden van de WSG in het hele land onder hun hoede hebben, ontstaat immers – eerder dan bij leeftijdgenoten – ernstige bijkomende problematiek. Denk aan alcohol- of drugsverslaving, tienerzwangerschappen, delictgedrag en overlast. Zij vormen een makkelijke prooi voor loverboys en jeugddelinquenten, die bijvoorbeeld hun broertje of zusje voor hun karretje spannen en een kind van acht op de uitkijk zetten.’

Eigen kracht en hulpverlening
Anders dan bij gezonde pubers, is de problematiek van jeugdigen met een (verstandelijke) beperking chronisch. ‘Je moet er voor hen zijn. Je hoeft er niet bovenop te blijven zitten, maar hen tijdens cruciale levensfases wel in de gaten houden,’ stelt Erik Heijdelberg.
De William Schrikker Groep beschikt over specifieke deskundigheid over de doelgroep en hulpaanbod op maat. ‘Onze professionals hebben het geduld en spreken de taal die nodig is om deze jeugdigen te ondersteunen en begeleiden. Wij borgen onze kennis in een eigen Expertisecentrum, dit doen we al ruim 70 jaar. En wij houden de ouders erbij. Zo zorgen we voor 30% minder uithuisplaatsingen én verkorten we de duur van de uithuisplaatsing. Eigen kracht, zeker! Maar zelfs redelijk zelfstandige jongeren met een beperking en een zorgzaam netwerk hebben professionele hulp nodig. Dankzij onze hulpverlening kunnen zij vaak in hun omgeving blijven wonen. Gemeenten zullen continue te maken krijgen met de afweging tussen eigen kracht, een zorgzame omgeving en professioneel interveniëren. De WSG kan hen daarbij helpen.’

Goedkoop en duurkoop
Gemeenten willen 20% bezuinigen, maar goedkoop kan duurkoop worden, meent Erik Heijdelberg. ‘Als de ‘losgelaten’ jongeren bijvoorbeeld toch in de criminaliteit terechtkomen of slachtoffer worden van loverboys. Met minder middelen wordt de caseload van onze professionals groter en komt meer op de jeugdigen en hun omgeving zelf neer. De samenleving wil geen risico’s. Gaat er iets mis, dan wordt gevraagd waar wij waren.’

De WSG werkt in alle 41 jeugdzorgregio’s en in alle gemeenten, in stedelijk gebied en op het platteland. Zij doet dat in nauwe samenwerking met de Bureaus Jeugdzorg. Heijdelberg: ‘Een belangrijk verschil met BJZ is dat wij bij de gezinnen aan de keukentafel zitten. Wij gaan naar hén toe, het is geen groep die op kantoor op spreekuren komt. Multigenerationele problematiek kan worden voorkomen; dat bespaart de gemeente veel geld. ‘Wij zijn deel van de oplossing, zowel voor de jeugdigen en hun gezinnen, als voor de samenleving.’

Categorie: Jeugdzorg

Gevangenisdirecteur doet appèl op samenleving

24 februari 2016 door Annemiek Onstenk

Verwarde mannen en (ex-)gedetineerden met ernstige stoornissen beheersen geregeld het nieuws. De verdachte van de moord op Els Borst en een uit de gevangenis ontsnapte psychiatrisch patiënt, zijn zulke mannen. De eerste gaf zich aan en smeekte om te worden vastgezet. Fouten en misverstanden bij het gezag verhinderden dat. De ‘ontsnapte’ gevangene uit de gevangenis in Vught, hield zich niet aan afspraken van zijn reclasseringsverlof. Mannen met een ernstige psychiatrische stoornis die een misdrijf pleegden zijn niet meer dan ´passanten’ in de gevangenis, zegt Erik Masthoff, directeur Zorg en behandeling van Penitentiaire Inrichting (PI) in Vught. Zij zitten als verdachten of veroordeelden kortdurend vast en komen dan de maatschappij weer in. ‘De samenleving moet wat met hen.’
Een groot deel van de gedetineerden in Nederland heeft een psychische stoornis, een verstandelijke beperking, een verslaving of een combinatie daarvan. Voor de ernstigste patiënten zijn Penitentiaire Psychiatrische Centra in vier gevangenissen ingericht, onder andere in PI Vught. Erik Masthoff: ‘In 2014 stroomden 751 nieuwe mannen in, de helft van hen psychotisch. Wij stabiliseren hen, geven medicatie en proberen hen te motiveren voor behandeling na detentie. In twee derde van de gevallen lukt dat en dragen we de mensen over aan een ggz-instelling, Veiligheidshuis of begeleid wonen. Als nazorg bellen wij na zes weken nog eens hoe het met hen gaat, daarna verliezen we hen uit het oog. We hebben niet de menskracht om ex-gedetineerden langer in de gaten te houden.

Drang en dwang
Deze gang van zaken is al een verbetering vergeleken met vroeger. Stoornissen waren toen niet in beeld en/of werden niet behandeld. De kerntaak van gevangenis of huis van bewaring was straffen, na detentie was het klaar. Nu is wat er daarná gebeurt belangrijker dan het zorgaanbod tijdens gevangenschap, zegt Erik Masthoff, die van beroep psychiater is en naast zijn managementtaken ook behandelt. ‘We zijn vanaf dag één bezig om vervolgzorg te regelen. Maar zelfs als die er is, gaat het in de vrije samenleving toch vaak al snel weer mis, door drugs, werkloosheid of verkeerde vrienden. De stoornis vormt een extra risico voor herhaald in de fout gaan. De meeste mannen zien we hier vaker, het merendeel is recidivist. Als er geen rechterlijke maatregel meer op zit, kan zo’n man gaan en staan waar hij wil. Mensen met een psychose hebben weinig ziektebesef en staan niet open voor verdere behandeling, terwijl ze goed behandelbaar zijn.’ De enige manier om hen verder te behandelen is een wettelijk verplichte behandeling na detentie, meent Masthoff. Nu is die in de BOPZ geregeld, straks in de Wet verplichte Ggz. ‘Ik ben terughoudend waar het drang en dwang betreft, maar voor sommige patiënten is het de enige manier om te zorgen dat ze niet in zeven sloten tegelijk lopen.’
Volgens hem beseffen publiek, politiek en zorgprofessionals onvoldoende hoeveel delinquenten een ernstige stoornis hebben en dat zij niet langdurig worden ‘opgeborgen’. Masthoff: ‘Iedereen krijgt vroeg of laat met hen te maken. Gemeenten, zorginstellingen, burgers. Wij gaan in het gevangeniswezen uit van een levensloopbenadering: de mensen zijn al patiënt als ze bij ons komen en zullen dat ook na detentie zijn. Onze zorg en behandeling is belangrijk maar slechts een kleine schakel in het grotere geheel. Anderen moeten het na detentie overpakken.’ Dat lukt helaas maar matig, vindt hij. ‘Op de Ggz wordt fors bezuinigd, 30% van de bedden verdwijnt. Patiënten kunnen de autonomie die de overheid van ‘gewone’ burgers verwacht niet aan en de maatschappij is weinig verdraagzaam tegenover deze groep.’

Oefenen in de maatschappij
Om de zorg na detentie zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de korte behandeling in de gevangenis, beginnen sommige behandelaars van de regionale Ggz-instelling, met wie PI Vught samenwerkt, al voor het einde van de straf met hun behandeling. Deze werkwijze, in vakjargon ‘warme overdracht’ en ‘ketensamenwerking’, hanteert men nu bij enkele tientallen gedetineerde patiënten per jaar, niet de honderden passanten die PI Vught jaarlijks ‘omzet’. Hoewel twee derde van de ex-gedetineerden uit PI Vught die nazorg nodig hebben aansluitend ergens wordt geplaatst, is het vaak geen duurzame oplossing. ‘We roepen in Nederland al twintig jaar dat we goed moeten samenwerken en dat we de zorg beter moeten coördineren, maar de aanbieders van zorg, huisvesting en werk met wie onze moeilijke klanten te maken krijgen, verschillen te veel van de structuur tijdens detentie. De therapie en medicatie tijdens de vervolgzorg kunnen dezelfde zijn als bij ons, de context verschilt. Hier binnen hebben we extern opgelegde regels en een structuur waarbinnen de mannen gedijen. Ze gaan bovendien clean weg, terwijl ze buiten vrij zijn en weer aan drugs kunnen komen.’ Masthoff zou het beste uit de twee werelden willen combineren: een juridisch kader om mensen na detentie door te behandelen, maar dan zonder vrijheidsbeperking. Als het goed is gaat de aanstaande Wet gedwongen Ggz daar in voorzien. Verdachten met een ernstige psychische stoornis, die niet gek genoeg zijn voor de Ggz en niet crimineel genoeg voor detentie, kunnen dan een zorgmachtiging van de rechter krijgen, zonder veroordeeld te worden. ‘Een civiele titel waar de reguliere Ggz mee aan de slag kan,’ zegt Masthoff. ‘Voor onze zieke mannen zou er na detentie een zorgcontinuüm moeten zijn. Structuur helpt, dat zie je ook aan dalende recidivecijfers.’ Precieze cijfers kan Erik Masthoff niet geven. ‘Je kunt immers ook recidiveren zonder gepakt of gestraft te worden,’ zegt hij, ‘maar zeker is dat het door toegenomen medicijngebruik en gedwongen afkicken beter gaat met hun gezondheid en het extra risico van ziekte voor recidive vermindert. Ik ben al blij als we zo’n man ietsje beter kunnen krijgen.’ Graag zou hij meer doen, maar regels verhinderen dat. Zo zou PI Vught bijvoorbeeld met patiënten in de maatschappij willen oefenen, net zoals tbs’ers met verlof. ‘Onze klanten kunnen echter niet resocialiseren, dat mag niet. Ze zitten binnen óf buiten.’

Categorie: Detentie & psychiatrie Tags: Erik Masthoff, Penitentiaire Psychiatrische Centra

‘Mensen moeten zich veilig voelen’

5 februari 2016 door Annemiek Onstenk

Hoe gaan leerwerkbedrijven om met vragen en klachten van medewerkers in de sociale werkvoorziening?

[Lees meer…] over‘Mensen moeten zich veilig voelen’

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Meedoen met een beperking, Recente artikelen

Meerwaarde van ervaringskennis armoede en sociale uitsluiting

1 februari 2016 door Annemiek Onstenk

‘Mensen die in armoede opgroeiden, voelen zich inderdaad vaak niet begrepen.’ [Lees meer…] overMeerwaarde van ervaringskennis armoede en sociale uitsluiting

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Recente artikelen, Zorg & welzijn

Kinderen van ouders met psychische problemen in beeld

11 januari 2016 door Annemiek Onstenk

‘Ik had het fijn gevonden als ik vroeger was gezien. Door de omstandigheden thuis mocht ik niet ziek zijn.’ [Lees meer…] overKinderen van ouders met psychische problemen in beeld

Categorie: Psychische kwetsbaarheid, Recente artikelen, Zorg & welzijn

Roze stippen aan de Afrikaanse horizon

29 december 2015 door Annemiek Onstenk

site OneWorld – januari 2016

In 1996 neemt Zuid-Afrika een nieuwe grondwet aan. Daarin wordt de vrijheid van seksuele oriëntatie en de wettelijke gelijkheid van homo’s en lesbiennes vastgelegd. Tien jaar later voert de herboren natie het homohuwelijk in, als een van de eerste landen ter wereld. Reacties in andere Afrikaanse landen op deze verlichte keuzes van Zuid-Afrika blijven niet uit. Ook daar durven homo’s m/v uit de kast te komen, maar datzelfde doen de homohaters en homofoben. Homo-activisme gaat als een ‘veenbrand’ over het continent, stellen journalisten Bart Luirink en Madeleine Maurick in het boek Homoseksualiteit in Afrika, een gevaarlijke liefde, dat onlangs verscheen. Tegelijk met de emancipatiebeweging, groeien de vooroordelen en het geweld tegen lesbische vrouwen en homomannen, ook in koploper gelijke behandeling Zuid-Afrika. Juridische gelijkheid garandeert geen maatschappelijke aanvaarding. Homo’s worden er zelfs van beschuldigd de ziekte ebola, droogte en sprinkhanenplagen te veroorzaken.

Bart Luirink en Madeleine Maurick woonden en werkten in Zuid-Afrika. Van daaruit onderzochten zij de ontwikkeling van de homobeweging in Engelstalige landen op het Afrikaanse continent en de ‘nietsontziende strijd daartegen’. Volgens de auteurs van Homoseksualiteit in Afrika werd de basis voor zwart homoactivisme op het continent gelegd in de gevangenis. Een homoseksuele antiapartheidsactivist houdt z’n medegevangenen in de cel voor dat de mensenrechten waar ze voor strijden, ook voor seksuele minderheden moeten gelden. Vanaf eind jaren 80 is er een sterke én succesvolle lobby binnen het ANC om gelijke homorechten ‘mee te nemen’ in de vrijheidsstrijd. Een eyeopener in het boek is de analyse dat verschillende ‘foute’ groepen onder de apartheid zoals kerken homovriendelijkheid opeens als uithangbord gebruiken, als bewijs van de openheid en democratie in Zuid-Afrika.
In andere Afrikaanse landen fungeert het zuidelijke homo-activisme hier en daar als breekijzer voor verdere democratisering. Afrikaanse leiders stellen zich daartegen teweer. Als het homo’s m/v immers lukt gelijke behandeling af te dwingen, zullen ook andere onderdrukte groepen hun rechten opeisen, zo vrezen de chiefs. Zij trokken na de dekolonisatie macht en rijkdommen naar zich toe en willen patriarchale waarden hoog houden. Behalve als hefboom voor vernieuwing, dient de homo-strijd ook als zondebok. Autocraat Mugabe van Zimbabwe spant de kroon met zijn uitlatingen over homo’s als ‘perverselingen’, die ‘erger dan varkens en honden’ zouden zijn. Volgens Bart Luirink en Madeleine Maurick gebruikt de president z’n afkeer van homoseksualiteit ook als bliksemafleider van economische en andere binnenlandse problemen in Zimbabwe.
Net als elders in de wereld, speelt in Afrikaanse landen de vraag of homoseksualiteit ‘tegennatuurlijk’ is en al dan niet past in de cultuur van families en de gemeenschap. Leiders zetten de seksuele variant weg als ‘westers’ verschijnsel. In werkelijkheid is de redenering precies omgekeerd, betogen Luirink en Maurick. ‘Westers’ zijn juist de anti-homowetten, relikwie van koloniale victoriaanse wetgeving in Engelssprekend Afrika en de zendingsdrang van Amerikaanse christenen die in Uganda leidde tot excessen als het lynchen van homo’s.

Je hoeft deze Afrikagangers niet uit te leggen dat ‘Afrika’ als zodanig niet bestaat. Het continent telt 54 landen, waar ontelbaar vele talen worden gesproken en alle religies van de wereld te vinden zijn. Daarom is de, mogelijk door de uitgever voorgestelde, titel van Homoseksualiteit in Afrika wat misplaatst. Ook al omdat het boek zich, begrijpelijkerwijs, beperkt tot Engelssprekende landen en het hier en daar ook over Europa, Arabische landen en de VS gaat. De zoektocht naar de opkomst van de homobeweging in dit werelddeel is allerminst misplaatst. Ook al willen de msenges, zoals sommige lokale homo/lesbische rolmodellen heten, niet altijd worden gevonden. Evenmin zit de wereld waar we volgens het ANC ‘niet in kleur’ moeten denken, te wachten op nieuwe hokjes, zoals lesbian, gay, bisexual en transgender. Uiteindelijk zijn het immers allemaal constructies. Het maakt niet uit wie of wat je bent, als je je maar vrij kunt ontplooien. Om gelijke rechten te verwerven, is uit de kast komen echter onvermijdelijk.

Homoseksualiteit in Afrika. Een gevaarlijke liefde, Bart Luirink & Madeleine Maurick, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2015.

Categorie: Diversiteit

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 9
  • Pagina 10
  • Pagina 11
  • Pagina 12
  • Pagina 13
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 38
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

Publicaties
  • In een pleeggezin is het veel gezelliger
    Trouw – 2005 In de Belgische plattelandsgemeente Geel wonen honderden psychiatrische patiënten in pleeggezinnen. Vroeger waren het ‘sukkelaars’ en ‘mannen van ...
  • Ook blijvend gekken horen erbij
    Trouw – 2002 Ook blijvend gekken horen erbij. Het hoeft maar een paar keer uit de hand te lopen met psychiatrische ...
  • Inburgeringscursus als exportartikel
    Het Parool – 2003 Het kabinet wil dat de inburgering van migranten die naar Nederland komen voor gezinsvorming, begint in het ...
  • <<
  • 1
  • ...
  • 62
  • 63
  • 64
  • 65
  • 66
  • 67
  • 68
  • 69
  • 70
  • 71
  • 72
  • ...
  • 75
  • >>

Artikelen

Selecteer subcategorie
category
6a1c5257c0196
1
1
27
Loading....

Volg mij op

  • LinkedIn

© 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign