• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Archief voor januari 2010

Pleeggezin gezocht voor Gert Jan (51)

16 januari 2010 door Annemiek Onstenk

Gert Jan heeft schizofrenie en schreeuwt soms als hij lijdt. De buren stapten naar de rechter en die besliste tot huisuitzetting. Net nu het redelijk goed gaat. Mantelzorger Kiki plaatste een advertentie op Marktplaats. [Lees meer…] overPleeggezin gezocht voor Gert Jan (51)

Categorie: Psychische kwetsbaarheid, Weblog Tags: pleeggezin voor volwassene

Miao

13 januari 2010 door Annemiek Onstenk

Het afgebeelde kostuum is ambachtelijk vervaardigd door textielstudente Nasia Burnet van de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in Den Haag. Alle gebruikte stoffen zijn natuurproducten – katoen, linnen en zijde – die ze in natuurlijke kleuren heeft geverfd. De windsels en banden om middel, armen en benen heeft ze zelf geweven en vervolgens met patronen van minuscule geborduurd kruissteekjes versierd. De rok is geplisseerd en was eerst een lap stof van zeven meter.

Nasia heeft er twee maanden aan gewerkt. ‘Ik had één maand nodig voor onderzoek naar de achtergronden van het kostuum en één maand voor het maken ervan.’ Het kostuum wordt gedragen door meisjes en jonge vrouwen van het Miao volk in de Chinese binnenlanden, tijdens feestelijkheden rond zogenoemde ‘paringsrituelen’.

Ze heeft niet alleen over de Miao gelezen. Toen het folkloristische kostuum af was, is ze naar China gereisd om de Miao in de bergen op te zoeken en nieuwe stoffen te kopen. Toevallig waren toen ook de jaarlijkse feesten aan de gang waarop de bewuste kostuums worden gedragen. De reis heeft grote indruk gemaakt. Nasia: ‘Het volk leeft tamelijk geïsoleerd in de bergen, zonder elektriciteit. De mensen zijn ooit daarheen verjaagd – of gevlucht, het is maar hoe je het bekijkt – omdat ze hun eigen cultuur wilden behouden. Zij doen er zelf wel twee jaar over om een kostuum als dit te maken. Men moet immers het hele proces, van katoenplantje tot product, zelf doen. Aan de kleuren en prints kun je zien waar de Miao vandaan komen, die vertellen hun geschiedenis. In de patronen zijn dieren en planten verwerkt en ook de kleuren zijn uit hun omgeving.’

Het maken van kleding zit in Nasia’s familie. Haar Surinaamse oma doet het ook en heeft een winkeltje in Paramaribo. Maar Nasia vindt de Chinese kleuren mooier. Wat haar ook aanspreekt is dat er veel ‘gevoel’ zit in de kostuums. ‘Mensen zullen er wel wat zuiniger op zijn dan wij met onze wegwerpspullen. Bij ons is repareren duurder dan iets nieuws kopen.’

Het contrast is groot. China, grootleverancier van kleding en textiel in Europa, vaak goedkope massaproductie, dus onderwerp van onze wegwerpcultuur en dan, in onherbergzame binnenlanden, zoiets fraais als afgebeeld kunststuk. Maar dat is dan weer Made in Holland.

Categorie: Weblog Tags: folkloristisch kostuum, Nasia Burnet

Winteropvang

7 januari 2010 door Annemiek Onstenk

Vreedzaam zitten de daklozen bij elkaar.  De nachtopvang bij het Amsterdamse Centraal Station is in een relatief kleine ruimte. De eerste uren na openingstijd (20.00u) schuiven de meeste aanwezigen aan bij een van de tegen elkaar geschoven tafels. Er wordt erwtensoep en brood met vleeswaren gegeten, thee of koffie gedronken, gerookt en, door enkelen, gepraat. Eén man stalt zorgvuldig zijn die dag verzamelde sigarettenpeuken voor zich uit. Een ander haalt vier pakjes gerookte paling van de HEMA uit z’n tas, eet er één leeg en legt drie pakjes in de koelkast. De enige vrouw in het gezelschap houdt zich afzijdig. Ze drinkt veel thee, maar wil niks eten. De drie pc’s, die in een muur zijn ingebouwd, zijn constant bezet.

De mensen die deze avond beschutting zoeken tegen de aanhoudende vrieskou vormen een bont gezelschap. Oost-Europeanen, (Surinaamse) Nederlanders, Engelsen, een Italiaan, een Duitser, een Algerijn en een Fransman. Zij hebben zich ’s middags bij het Amsterdamse Leger des Heils  opgegeven voor een slaapplaats. Om te voorkomen dat bijvoorbeeld een luidruchtige alcoholist iedereen ’s nachts wakker houdt, is er geen vrije inloop. Vrijwilligers van de Regenboog en Amsterdamse Vriendendiensten laten alleen mensen binnen die zich hebben aangemeld. Mensen die op de bonnefooi langskomen, kunnen er pas in als ’s avonds laat blijkt dat er slaapplaatsen onbezet blijven.

Onderling en tegenover ons, vrijwilligers, maakt men zich vooral in het Engels verstaanbaar. Niet alleen de afkomst van de bezoekers is divers, ook hun achtergrond verschilt. Een Nederlandse man zwerft al 25 jaar en heeft het naar eigen zeggen prima naar zijn zin. Een andere Nederlander zegt dat hij ook bij vrienden kan slapen, maar dat hij naar de nachtopvang moet om recht op zijn daklozenuitkering te houden. Twee Polen zijn naar Nederland gekomen om geld te verdienen. Zij hebben seizoensarbeid gedaan in de bloementeelt, zitten nu zonder werk en kennelijk ook zonder geld en onderdak. Eén van hen is stratenmaker en wil als het lente wordt weer aan de slag. De vrouw, die graatmager is en wellicht verslaafd, komt uit Hongarije. De Duitser slaapt doorgaans op een woonboot, maar omdat daar geen kachel is drijft de kou hem naar de winteropvang. 

Drie mannen verheugen zich over het vooruitzicht dat zij de volgende dag hun vriendin weer zullen zien. Een van hen tovert een mooi zwart lingeriesetje uit zijn koffer, dat hij zijn geliefde morgen wil geven. Maar het kan ook zijn dat hij alleen de lingerie heeft en nog een vrouw zoekt die daarin past.

De activiteitencoördinator van de opvang, die zich voorstelt als ‘Serviër zonder land’,  is al de hele dag bezig in het pand. Hij vertelt dat een aantal van de slapers ook overdag komt en dan meewerkt met het schoonmaken van de ruimte of met de veegploeg buiten de omgeving  netjes houdt.

Als de avond vordert, daalt de ene na de andere bezoeker af naar de kelder, waar de door het Rode Kruis geleverde veldbedden worden bewaard. De meesten mensen zetten zelf hun bed op. Tafels en stoelen worden opgestapeld, zodat er plek is voor twintig bedden. Rond half tien liggen de eersten al onder de rode wollen deken die er voor iedereen is.  Een enkeling houdt zelfs z’n schoenen aan in bed. De sigarettenpeukenverzamelaar, die de hele avond geen woord heeft gezegd, slaapt in met een peuk in z’n mondhoek. De Hongaarse ligt half verscholen achter een muur in een hoekje van de ruimte. De Duitser rolt zijn slaapzak uit op de grond. Hij is zelfvoorzienend, een bed heeft hij niet nodig. De overige aanwezigen roken en praten nog wat met gedempte stemmen. Ze drinken cactroentjes, limonade met cactus- en citroensmaak. Om elf uur gaan de pc’s en lichten uit en wie dan nog wil roken, trekt zich terug in de hal.

Iets voor middernacht komen de laatste, Engelstalige gasten binnen. De keuken is dicht, maar ik geef ze een clandestiene kop erwtensoep en brood met kaas. De geluiden doen ook anderen weer opstaan. Ze komen vragen om een boterham met pindakaas. Tot de nachtwacht, die ons aflost, hen terugjaagt in bed en maant tot stilte.

Dit zijn dus de ‘gelukszoekers’ waar sommige politici het over hebben, denk ik aan het einde van mijn dienst. Aardige mensen. Ging iedereen maar zo met elkaar om in Nederland. Ze kunnen alleen het bordje ‘Verboden te roken’ niet lezen.

Categorie: Politiek, Weblog Tags: 'gelukszoekers', dakloos, winteropvang

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Pagina 2

Primaire Sidebar

    Artikelen

    Selecteer subcategorie
    category
    6a3264db8223d
    1
    1
    27
    Loading....

    Volg mij op

    • LinkedIn

    © 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign