• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Annemiek Onstenk

‘Tessa doet alles voor m’n moeder. ‘Inwonende thuishulp: een ideale oplossing?

27 mei 2010 door Annemiek Onstenk

24-uurs zorg door Bulgaarse hulpen voor maar € 1200,- per maand. Ouderen kunnen langer thuis blijven wonen, de kosten voor zorg dalen.

in Financieele Dagblad – 2010

Martha Schuyt is een kleine vrolijke dame van 93. Twee jaar geleden brak ze haar heup bij een val; ze werd geopereerd en revalideerde. Omdat ze ook begon te dementeren, was terugkeer naar huis niet mogelijk; ze kon niet lang meer alleen blijven. Haar beide dochters werkten en waren niet in staat om haar te verzorgen. Ook thuiszorg was geen optie. ‘Die vrouwen komen maar even,’ zegt dochter Loes Schuyt. Het zag er naar uit dat haar moeder het huis in Haarlem, waar ze al sinds 1945 woont, en haar vier poezen zou moeten verlaten. Tot Loes bij de huisarts een folder zag liggen van Seniorcare24, bemiddelaar voor inwonende zorghulpen: ‘We belden en een paar dagen later hadden we een aardige Bulgaarse vrouw in huis, Chrissie. Zij kreeg al snel heimwee en is teruggegaan. Toen kwam Tessa, uit Sofia. Zij werkt hier nu ruim acht maanden.’ De Bulgaarse is 58 jaar oud, moeder van vier kinderen, oma van een kleinkind en naar Nederland gehaald om te werken als thuishulp. Haar (zieke) man woont in Bulgarije.

Mevrouw Teunissen is 75 jaar. Sinds ze een jaar geleden een herseninfarct kreeg, is ze aan één kant verlamd. Aanvankelijk ging mevrouw Teuben naar een verpleeghuis, waar weinig naar haar werd omgekeken. Toen dochter Angèle Seniorcare24 ontdekte en thuishulp aanvroeg, kon haar moeder weer terug naar huis. ‘Omdat ze veel medicijnen gebruikt en diabetes heeft, is er hulp voor dag en nacht nodig.’ Mevrouw Teunissen heeft daarom twéé Bulgaarse hulpen, die elkaar afwisselen. In het begin kwam Angèle Ricardo, als dochter en mantelzorger, regelmatig over de vloer om te kijken of alles goed ging. ‘Ik deed voor hoe ze m’n moeder insuline moesten inspuiten, nu doen zij het. Eén van de vrouwen werkte in Bulgarije als verpleegkundige.’ Angèle Ricardo is tevreden over de thuishulpen en haar moeder ook.

Datzelfde geldt voor mevrouw Schuyt. Behalve huishoudelijke hulp en persoonlijk verzorgster is Tessa ook haar gezelschapsdame. De oude dame praat graag en maakt voortdurend grapjes. Veel terugzeggen kan de hulp niet, daarvoor is ook zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig. Begrijpen doet ze mevrouw Schuyt door het intensieve dagelijkse contact wel. Ze oefenen geregeld Nederlandse woordjes samen en Tessa probeert, met ondersteuning van een woordenboek, ook stukjes in de krant te lezen.

Het bijzondere van de Bulgaarse hulpen is dat ze inwonen bij hun zieke of hulpbehoevende mevrouwen.  Anders dan de naam van bemiddelingsbureau Seniorcare24 suggereert, hebben de vrouwen niet 24 uur per dag, zeven dagen per week dienst. Tessa heeft een werkweek van 50 uur. Welke uren ze werkt en vrij is, gaat in overleg. Af en toe pakt ze de fiets naar het centrum van de stad, maar de meeste tijd is Tessa aan het poetsen, opruimen, koken en in de weer met mevrouw Schuyt. ‘Tessa doet alles voor m’n moeder. Ze is eigenlijk té goed,’ aldus dochter Loes. ‘Mama kan zelf ook nog wel iets, ze zou meer zelf moeten doen.’

De thuishulpen van Seniorcare24 worden betaald uit het pgb of met eigen geld van de cliënten/gebruikers. Mevrouw Schuyt krijgt een pgb van rond de € 4000,- per maand. Voor ‘Tessa’ betaalt ze € 1800,- aan Seniorcare24. Mevrouw Teuben betaalt € 3740,- per maand aan Seniorcare24 en aan een zorgadviesbureau dat de pgb-administratie verzorgt. De thuishulpen zelf ontvangen een salaris van ongeveer € 1200,-. ‘In het contract staat dat Seniorcare24 voor alle sociale lasten zorgt,’ zegt dochter Angèle.

Silvia Muller van Seniorcare24 bevestigt dat. ‘De vrouwen worden geworven en geselecteerd, betaald en verzekerd door een Bulgaars bedrijf, Bauring. Dat detacheert hen voor werk in Nederland. Dat kan omdat Bulgarije lid is van de Europese Unie.’

Volgens Muller is internationale detachering een zaak tussen overheden, in dit geval Bulgarije en Nederland. Aan Nederlandse zijde loopt de detachering via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Silvia Muller: ‘De vergunning wordt telkens voor één jaar afgegeven en mag wettelijk niet langer dan vijf jaar duren.’

Navraag bij de SVB leert dat een organisatie als Seniorcare24 voor arbeidskrachten uit Bulgarije (en voor Roemenen geldt hetzelfde) een werkvergunning nodig heeft van het UWV Werkbedrijf. Of de gekozen constructie door de beugel kan, valt dus te bezien.

Mensen die personeel inhuren met een pgb worden in Nederland beschouwd als werkgevers. Zij moeten een administratie bijhouden en loonbelasting betalen. Volgens Silvia Muller betaalt Bauring die loonbelasting aan Nederland. De instantie die het pgb verstrekt, het zorgkantoor of de gemeente, houdt met geregelde controles op de pgb-boekhouding een vinger aan de pols of alles volgens de regels verloopt. Tegen de inkoop van zorg in het buitenland bestaat geen bezwaar.

In de VS, maar ook in bijvoorbeeld Italië en Oostenrijk is inwonende thuishulp een normale vorm van zorg. Seniorcare24 denkt dat er ook in Nederland een markt voor is. Muller is het bedrijf nog aan het opbouwen. ‘Volgend jaar zorgen we voor diplomering van de vrouwen. Ze moeten bijvoorbeeld kunnen omgaan met demente ouderen, een stoma kunnen verzorgen en iets afweten van medicijnen.’

Tessa, in Bulgarije was ze naaister, is kennelijk een natuurtalent. De omgang met de licht demente mevrouw Schuyt, die naar eigen zeggen best ‘stout’ kan zijn, verloopt uitstekend. Van haar beperkingen is in de omgang niet veel te merken. Bij het afscheid nemen maakt de oude dame enkele danspasjes, om te laten zien wat ze nog allemaal kan. Voor haar is de inwonende thuishulp in ieder geval de ideale oplossing.

De namen van de geïnterviewden die anoniem willen blijven, zijn gefingeerd.

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Zorg & welzijn Tags: Bulgaarse

Welzijn of niet zijn in Oost

17 mei 2010 door Annemiek Onstenk

Het welzijnswerk heeft zijn langste tijd allang gehad. Het vak van buurtwerker, jongerenwerker, ouderenwerker, sociaal-cultureel werker, opbouwwerker, etc. verandert. Hij/zij biedt minder activiteiten aan, maar helpt vragende burgers hun eigen plannen uit te voeren. Dat moet op een concurrerende en zo goedkoop mogelijke manier, want welzijnswerk wordt op de markt aanbesteed, zoals dat heet. Buurthuizen zijn nu productiehuizen, opbouwwerkers vrijwilligersmakelaars en menig welzijnsdenker vindt dat er ook een andere naam voor de hele sector nodig is.

Wettelijk bestaat de werksoort trouwens al niet meer, sinds het verdwijnen van de welzijnswet in 2007. Als woord zal ‘welzijnswerk’ echter voorlopig wel blijven, net als de ingeburgerde ‘woningbouwvereniging’, die officieel al lang geleden woningcorporatie werd, marktwerking of niet. Er zijn nog welzijnsstichtingen en ook in de politiek wordt nog gewoon van welzijn gesproken, al komt er tegenwoordig meestal wonen en zorg achteraan.

In stadsdeel Oost (een samenvoeging van Oost/Watergraafsmeer en Zeeburg) is onlangs een nieuw stadsdeelbestuur aangetreden, van PvdA, GroenLinks en D66. Zij sloten een programma akkoord op hoofdlijnen. De hoofdlijn rond welzijn en zorg is dat zorgend sociaal beleid emanciperend sociaal beleid wordt. Niet passief genieten van welzijnsvoorzieningen, maar actief burgerschap. Van mensen met wie het goed gaat verwacht het stadsdeel dat ze huis- of buurt- en wijkgenoten die het minder hebben getroffen (mantel)zorgend terzijde staan. En burgers die iets willen doen of leren, of dat nu sport en ontspanning is of nuttige vaardigheden als budgetteren en EHBO, stappen af op een organisatie als Civic, Oost’s partner in het sociale domein, zoals dat heet. Maar juist de burgers die dat níet doen, omdat ze niet willen of niet kunnen, vormden decennialang het werkterrein van (onder andere) welzijnswerkers.

Nu is er natuurlijk niemand tegen dat een stadsdeelbestuur bewoners stimuleert op eigen kracht te vertrouwen, in beweging te komen en te emanciperen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in de plaats is gekomen van de welzijnswet, staat dat mensen zoveel mogelijk zelfredzaam moeten zijn. Maar in die wet staat ook dat gemeenten de beperkingen waar burgers mee kampen zoveel mogelijk moeten compenseren. Dat wil zeggen dat eenzame ouderen en kwetsbare mensen met psychische problemen, die zelf geen vriendschappen aangaan of onderhouden, gesteund worden bij het organiseren van sociale contacten. En dat bewoners met een lichamelijke handicap beschikken over voorzieningen om zichzelf te kunnen redden, te reizen, etc.

U en ik weten dat er landelijk en in de centrale stad (gemeente Amsterdam) bezuinigd gaat worden, veel bezuinigd. Vergoedingen uit de AWBZ worden al enige jaren afgebouwd, omdat het beroep op die wet te groot was geworden. Ouderen, gehandicapten, psychiatrische cliënten, daklozen en verslaafden met ‘lichte problematiek’ kunnen geen aanspraak meer maken op activerende of ondersteunende begeleiding naar activiteiten in de wijk, dagbesteding wordt niet meer vergoed. In sommige gevallen springen mantelzorgers of vrijwilligers in de bres, maar in veel situaties ook niet. En dan moeten de bezuinigingen vanwege de financiële en bankencrisis nog beginnen.

Tegenover bewoners die praktische hulp nodig hebben of een beperking hebben zal het stadsdeel zich ‘faciliterend’ opstellen, staat in het akkoord op hoofdlijnen van Oost. Voor werklozen, uitkeringsgerechtigden met een arbeidsplicht en mensen met schulden, die vanzelf boven komen drijven omdat ze zich moeten melden of hun huur en rekeningen niet betalen, spant het stadsdeel een ‘sociaal vangnet’. Maar de niet-melders, de eenzamen, chronisch zieken en depressieven zonder arbeidsplicht, die tot voor kort naar de dagbesteding of soos gingen, wie ziet hen nog of wie zien zij? De vrijwilligersmakelaar kan lang op hen wachten, in het productiehuis voelen ze zich waarschijnlijk niet thuis en bemoeizorg is geen hoofdlijn. Wachten we tot de wal het schip keert en ook zij ‘vanzelf’ te voorschijn komen, nu met zware problematiek, of maken we een Deltaplan?

Categorie: Amsterdam Centraal, Zorg & welzijn

Lezen in Berlijn

11 mei 2010 door Annemiek Onstenk

Bau die Mauer wieder staat gekalkt op een muur bij een bouwput in het centrum van Berlijn, in een straat waar van 1962 tot 1989 dé Muur stond, die moest voorkomen dat Oost-Duitsers massaal naar het ‘vrije’ Westen overliepen. Aan de overkant is een kale vlakte. Er staat nog een stukje van die Muur overeind en er liggen resten van fundamenten van gebouwen waar nazi’s in de jaren dertig hun gruweldaden uitdokterden. De vlakte is ingericht als herinneringsplaats des Terrors.

In Prenzlauer Berg, een wijk in het voormalige Oost-Berlijn, heeft iemand de moeite genomen de woorden SEID BEREIT te verfspuiten. Is dat een verwijzing naar de mantra van de oude Oost-Duitse communistische jeugdbeweging: Seid bereit, immer bereit?

Ervan uit gaande dat graffiti (en de halsbrekende toer die nodig is voor het aanbrengen ervan) een (kunst)uiting van jongeren is, zijn er kennelijk jonge mensen die ‘terug’verlangen naar de scheiding van Berlijn. Terwijl ze die deling zelf niet of nauwelijks hebben meegemaakt. Vanuit welke noden, overtuiging of sentiment de woorden ook zijn achtergelaten, de krachten die in ieder geval van het centrum van Berlijn weer één geheel hebben gemaakt zijn zichtbaar sterker. Zoveel wordt tijdens een kort stadsbezoek wel duidelijk.

Aan de oost- en aan de westkant van het Mitte en in omliggende wijken is gebouwd, gerenoveerd en vernieuwd. Er is een uitgebreid, goedwerkend en stadsbreed ov-netwerk boven- en ondergronds, opmerkelijke creativiteit op straat en weelderig voorjaarsgroen. De eengemaakte stad kampt ook met enorme werkloosheid, een miljardenschuld en terugkerend geweld van rechts- en linksextremisten. Hier en daar hangen affiches waarin werd opgeroepen tot de jaarlijkse 1 mei-demonstratie tegen kapitalisme en fascisme, die töten, morden und verhindern.

De stadstaat Berlijn wordt bestuurd door een rood/rode coalitie, van voormalige Oost-Duitse socialisten en West-Duitse sociaaldemocraten.

Afgelopen week is op meerdere plekken in de wereld herdacht dat 65 jaar geleden de Tweede Wereldoorlog eindigde. De twee Berlijnen (en Duitslanden) hebben zich generaties lang apart rekenschap moeten geven van hun naziverleden, misdaden en oorlogsvoering. Pas na het verdwijnen van de Muur (en het IJzeren gordijn tussen West- en Oost-Europa) in 1989 kwam de gezamenlijke geschiedenis en verantwoordelijkheid van Oost en West voor de holocaust in beeld. Tot op de dag van vandaag komen er in Berlijn monumenten en gedenkplaten  bij. Op de Bebelplatz is in 1995 een witgeschilderde ruimte ingericht met lege boekenplanken, zichtbaar onder een in het plein ingelegde glazen plaat. Het is een monument  ter herinnering aan de verbranding van duizenden boeken door nationaalsocialistische studenten in mei 1933 op die plek. Een uit 2711 betonnen blokken bestaand monument voor alle vermoorde Europese joden bij de Brandenburger Tor is van 2005, een door een rotsblok omgeven mannenkus is het Denkmal voor de tijdens het nationaalsocialisme vervolgde homoseksuelen in Tiergarten, uit 2008. Overal in de stad kom je tentoonstellingen, documentaires en luisterpalen tegen die beeld, tekst en uitleg geven over de inktzwarte jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. De geschiedenis is op straat te lezen.

Het is niet aan Duitsers om haar hereniging model te laten staan voor andere verdeelde landen, zoals Korea, Ierland, Cyprus, laat staan Israël. Maar kan bijvoorbeeld Jeruzalem niet wat leren van Berlijn?

Categorie: Weblog Tags: Berlijn

‘Psychiatrische patiënten komen bij gemeenten pas in beeld als er openbare ordeproblemen zijn.’

17 april 2010 door Annemiek Onstenk

De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. ‘Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.’  [Lees meer…] over‘Psychiatrische patiënten komen bij gemeenten pas in beeld als er openbare ordeproblemen zijn.’

Categorie: Meedoen met een beperking, Psychische kwetsbaarheid, Recente artikelen Tags: cliëntenparticipatie, financiering Ggz

Arme ervaringsdeskundigen

16 april 2010 door Annemiek Onstenk

In een aantal Belgische gemeenten zijn al enkele jaren ervaringsdeskundigen in armoede actief betrokken bij armoedebestrijding. In Brussel staat een ervaringsdeskundige advocaten bij op hun wekelijks spreekuur voor zwervers en daklozen, asielzoekers en verslaafden in een zaaltje onder het Centraal Station. ‘Die persoon vormt een brug tussen de wereld van de straat en die van het recht,’ zegt een advocaat van de zogeheten juridische permanentiedienst. Bij mensen aan de onderkant van de samenleving is volgens hem sprake van onderconsumptie van het recht.

In Mechelen praten ervaringsdeskundigen met professionals uit het onderwijs en de gemeente, om hen gevoelig te maken voor achtergronden van schooluitval van jongeren, zoals negatieve ervaringen van de ouders als kind met het onderwijs vroeger. Zo nodig zijn de ervaringsdeskundigen op school aanwezig om leerlingen bij de les te houden. Iemand die zelf met armoede en sociale uitsluiting kampt of heeft gekampt, legt makkelijker contact met lotgenoten dan een ambtenaar of leerkracht. Het leidt tot schoolzorgplannen die kinderen uit voorheen als ‘aso’ betitelde gezinnen, weer bij school betrekken. Elders in het land zijn ervaringsdeskundigen aanwezig op Centra voor Leerlingbegeleiding, Kind & Gezin en opvoedingssteunpunten om te tolken tussen de ‘kansengroep’, zoals de doelgroep in het Vlaams heet, en sociale professionals.

In Vlaanderen heeft organisatie De Link nu een opleiding voor ervaringsdeskundigen in armoede opgezet, om hen in staat te stellen hun partners in poverty te ondersteunen bij het (beter) communiceren met de overheid en participeren in beleid en in de wijk.

De (betaalde) inzet van deze ervaringsdeskundigen in armoede heeft verschillende positieve gevolgen. Voor henzelf betekent het een baan en/of zinvolle dagbesteding, voor hun collega’s uit de kansengroep dat sociale voorzieningen en overheidsinstellingen toegankelijker worden.

In Nederland zijn vooral ervaringsdeskundigen actief in de geestelijke gezondheidszorg. Zij ondersteunen andere cliënten bijvoorbeeld  tijdens spreekuren, dagbesteding of reïntegratie. De participatie van ervaringsdeskundigen in armoede beperkt zich hier tot cliëntenraden voor uitkeringsgerechtigden, cliëntenbelangenverenigingen en de voedselbank. Voor de inzet in de kind- en jeugdzorg en het onderwijs kunnen we wellicht ons licht opsteken bij de zuiderburen.

Categorie: Weblog Tags: armoede

‘De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’

7 april 2010 door Annemiek Onstenk

In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk? [Lees meer…] over‘De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’

Categorie: Lokaal sociaal beleid, Recente artikelen Tags: gemeenschapstuin, Rotterdam

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 48
  • Pagina 49
  • Pagina 50
  • Pagina 51
  • Pagina 52
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 68
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

    Artikelen

    Selecteer subcategorie
    category
    6a1610c2d1ad4
    1
    1
    27
    Loading....

    Volg mij op

    • LinkedIn

    © 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign