• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Zorg & welzijn

Een nieuw leven voor Nesip

12 april 2009 door Annemiek Onstenk

Contrast – 2008

Nesip Polat is een gedreven en talentvolle jongen van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Nesip opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij af met bezoeken aan de moskee en de Koranschool. Hij heeft in Turkije en Amsterdam Noord gewoond, in internaten, een pleeggezin, instellingen en op straat. Deze heftige feiten zijn nu geschiedenis, zijn toekomst ziet er beter uit. Hij wil een baan met doorgroeimogelijkheden, gaat zich verloven en zet zich enthousiast in voor onder andere psychiatrische cliënten. Wat ging er mis in Nesips leven en hoe is hij er bovenop gekomen?

Aan zijn kamer is niet te zien hoe explosief hij kon en waarschijnlijk kan zijn. Zijn schoenen staan netjes twee aan twee in een rek, in een glazen kast zijn talloze flesjes parfum decoratief uitgestald en de dikke dossiers van hulpverlening en uitkeringsinstanties bewaart hij keurig in mappen. Zij herbergen z’n veelbewogen jeugd.
Nesip is in Turkije geboren en komt op driejarige leeftijd met zijn moeder naar Nederland. Zijn vader en oudere broers wonen hier al. Hij gaat naar een gewone Nederlandse basisschool maar loopt al snel achter vanwege de taal. Thuis wordt er Turks gesproken, zijn moeder is bovendien analfabeet. Vanaf groep 5 bezoekt hij een islamitische school in Amsterdam Oost. Na schooltijd gaat Nesip vaak naar de moskee, later gaat hij er alleen in het weekend naartoe en blijft dan ook slapen vanwege de hulp die hij er bij zijn huiswerk krijgt. Zijn gelovige vader is zijn voorbeeld en beste vriend, Nesip wordt als jongste flink door hem verwend.
In groep 7 moet hij onverwachts van school af omdat zijn vader ernstig ziek is: hij heeft leukemie en is uitbehandeld in Nederland. De familie keert terug naar Turkije in de hoop dat hij daar nog behandeld kan worden. In 1999 overlijdt zijn vader, hij weet het nog goed: ‘Mijn moeder houdt mij onwetend maar het hele huis zit vol huilende vrouwen en rouwende buurtgenoten.’ Nesip is dan twaalf.
Het verlies lijkt niet echt tot hem door te dringen maar eenmaal terug in Nederland ontstaan al snel problemen. Hij heeft vaak ruzie thuis. Zijn analfabete moeder doet een zwaar beroep op haar zoon, waar Nesip agressief op reageert: ‘Ik kon niks meer hebben en met school erbij werd het erg druk in m’n hoofd.’ Met hulp van zijn broer gaat hij doordeweeks in een Turks internaat wonen. Dat vervangt zijn familie maar vanwege het strenge regiem loopt het na een paar maanden toch mis. Nesip wil meer vrijheid en keert terug naar zijn moeder. Zij vertelt hem in die tijd dat hij vroeger nog een oudere broer en zus heeft gehad, die door brand zijn omgekomen.
Op zijn veertiende steekt hij op school de handdoeken in de wc in de fik, niets interesseert hem meer. ‘Ik was druk, eigenwijs en populair in de klas,’ zegt hij nu. Hij bekent de brand te hebben aangestoken als twee andere jongens er ten onrechte van worden beschuldigd. De politie wordt erbij gehaald. Later volgen meer akkefietjes met vuur en komt hij opnieuw in aanraking met politie en justitie. Ook zijn er problemen op school: zo wordt Nesip van aanranding beschuldigd, ‘ten onrechte’ zegt hij. Hij begint zichzelf te verwonden en doet een zelfmoordpoging. Hij heeft een vriendin in Rotterdam en belt veel en lang met haar. Honderden guldens schuld heeft hij, die hij met een baantje bij Albert Heijn probeert af te betalen. Als een nieuwe vriendin na verloop van tijd geen verkering meer met hem wil, gaat hij door het lint. Nesip, die medicijnen in huis heeft in verband met stemmingswisselingen en slecht slapen, doet weer een zelfmoordpoging. Hij wordt gered maar als hij bij het verlaten van het ziekenhuis dreigt zijn vriendin en zichzelf om het leven te brengen, wordt hij gedwongen opgenomen. Ook wordt Bureau Jeugdzorg ingeschakeld, dat Nesip uit huis en onder toezicht plaatst.
Een jarenlange tocht langs instanties begint. Hij ziet psychiaters, therapeuten en mensen die zich om zijn onderwijs, huisvesting en inkomen bekommeren. De diagnose luidt dat hij depressief en agressief is en een persoonlijkheidsstoornis heeft, waar hij met medicijnen en gesprekken voor wordt behandeld. Hij kan moeilijk omgaan met teleurstellingen. Er wordt een link gelegd met de onverwerkte dood van zijn vader. Hulpverleners en ook justitie stellen dat Nesip veel kan en zich voorbeeldig inzet maar dat hij telkens terugvalt.
In een pleeggezin leert hij discipline en in een gewoon ritme leven. Maar hij blijft, naar eigen zeggen, een player, op school en op straat: ‘Ik was erg druk en hing de snelle jongen uit.’ Tot een haast een religieuze ervaring hem weer naar de andere kant doet overhellen: in een droom roept zijn vader hem als een soort engel toe dat hij zijn leefwijze moet veranderen. Hij doet dat door op een leer/werkplek te beginnen en opnieuw de moskee te bezoeken. Hij is vroom, laat zijn baard groeien en wil zelfs imam worden. Met drinken en blowen houdt hij op. Hij gaat begeleid wonen en naar school. Maar als het weer druk wordt in zijn hoofd verlaat hij de stad en gaat naar een Koranschool, eerst in Duitsland, later naar een school in Arnhem. Als hij daar evenmin rust vindt, komt Nesip terug naar Amsterdam. Intussen is hij ook gaan hyperventileren en valt geregeld flauw.
In 2005 is zijn laatste contact met politie en justitie als hij flauwvalt in een winkelcentrum en in het bezit blijkt van een stroomstootwapen. Na een taakstraf krijgt hij opnieuw een kans. Bij zijn familie kan hij niet meer terecht. Nesip is een klein jaar dakloos, maar Streetcornerwork en een coach ontfermen zich over hem; hij valt als 18-jarige niet meer onder jeugdzorg. Hij vindt werk bij een telecombedrijf waar hij een interne opleiding volgt en ontwikkelt zich tot kiene vertegenwoordiger. Hij heeft het gevoel dat het sinds die tijd de goede kant met hem opgaat en wat hem betreft voorgoed.

‘Medicijnen en die eindeloze gesprekken hebben niet geholpen,’ zegt Nesip, ‘wel mijn eigen motivatie om eruit te komen. Je moet de wíl hebben om te veranderen. Je bent zelf je grootste medicijn.’ Mohamed Talaoui, sinds 2006 een van zijn begeleiders, bevestigt dat Nesip veel te danken heeft aan zijn eigen doorzettingsvermogen. ‘Maar waarschijnlijk hebben ook de medicatie, gesprekken, een vaste structuur en een normaal dag- en nachtritme geholpen om tot rust te komen. Dat én zijn sterke wil iets te bereiken en daarvoor te vechten, hebben hem successen opgeleverd.’ In tegenstelling tot veel andere cliënten waar Mohamed mee werkt, ervaart hij die ook als zodanig. ‘Bij Nesip markeren zijn successen zijn vooruitgang, hij gaat positiever over zichzelf denken en kijkt vooral vooruit. Daar komt bij dat hij gemakkelijk praat over zijn problemen en zich niet schaamt voor zijn ziekte. Nesip uit zijn gevoelens en dat lucht op, terwijl anderen tegen zichzelf vechten in plaats van tegen hun beperking. Hij heeft een krachtige persoonlijkheid en heeft al veel bereikt,’ zegt Mohamed Talaoui.
Toch blijft er altijd een risico dat het mis gaat. ‘In geval van stress ontstaan bij hem extra prikkels en dan kan hij doorschieten,’ zegt Mohamed. ‘De afspraak is dat hij mij – of de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige die hem begeleidt – belt als er iets gebeurt, positief of negatief. Wij hebben een signaleringsfunctie. Nesip doet dat gelukkig uit zichzelf en belt bij elke stap die hij zet.’ Op dit moment zijn dat vooral sollicitaties en het doen van vrijwilligerswerk. Samen met anderen organiseert hij een buurtfestival in Amsterdam Noord om psychiatrische cliënten en bewoners dichter bij elkaar te brengen. Ook heeft hij zich aangemeld als voorlichter om scholieren en andere jongeren te vertellen over verslaving aan alcohol en softdrugs. ‘Ik ben een ondernemend en behulpzaam iemand’, zegt hij, ‘maar mijn focus is nu op betaald werk.’

Na een korte periode in een HVO-woonproject voor jongeren met psychische problematiek, woont hij tegenwoordig met een andere jongen in een zogeheten satellietwoning. Het is een soort kangoeroeconstructie: als hij hulp nodig heeft gaat hij langs in het nabijgelegen woonproject of neemt hij contact op met een van zijn begeleiders. Nesip staat op de wachtlijst voor de volgende fase, vertelt Mohamed. ‘Dan krijgt hij een eigen woning die op den duur op zijn naam komt te staan. Hopelijk kan hij uit de uitkering (Wajong, AO) als hij werk vindt, met recht op terugkeer als ruggensteun.’

Nesip is een voorbeeld voor anderen.

Categorie: Diversiteit, Psychische kwetsbaarheid, Zorg & welzijn

‘Rendabiliteit is meer dan geld verdienen aan vierkante meters.’

25 november 2008 door Annemiek Onstenk

Wat kunnen ziekenhuizen leren van de NS? [Lees meer…] over‘Rendabiliteit is meer dan geld verdienen aan vierkante meters.’

Categorie: Publicaties, Recente artikelen, Zorg & welzijn Tags: rentabiliteit ziekenhuizen

Klachtafhandeling in verpleeg- en verzorgingshuizen

12 september 2008 door Annemiek Onstenk

Geen inzage krijgen in je dossier en daar niet tegen in het geweer kunnen komen. Dat is in een notendop de problematiek van gebrekkige klachtenbehandeling in verpleeg- en verzorgingshuizen.  [Lees meer…] overKlachtafhandeling in verpleeg- en verzorgingshuizen

Categorie: Publicaties, Recente artikelen, Zorg & welzijn Tags: Klachtenbehandeling verpleeg- en verzorgingshuizen

Ervaringsdeskundige managers zijn een oppepper

6 september 2008 door Annemiek Onstenk

Zorgvisie – 2008

Steeds meer zorginstellingen voor mensen met een handicap of psychisch probleem zetten ervaringsdeskundigen in, als vrijwilligers én als betaalde krachten. Bij Roads werken ervaringsdeskundigen ook in leidinggevende functies: als bestuurder, manager en projectcoördinator. “Na dertig jaar cliëntenbeweging weet ik waar ik het over heb,” zegt Ed van Hoorn, lid van de Raad van Bestuur. “Voor de buitenwacht maakt het niet uit of ik er zit of een andere bestuurder, maar mijn inbreng moet wel verschil maken.”

Van Hoorn studeerde sociale wetenschappen, was actief in de patiëntenbeweging en werkt al geruime tijd bij het Instituut voor Gebruikersparticipatie en Beleid (IGPB), een onderzoeks- en kenniscentrum voor vernieuwing in zorg en dienstverlening. Nu is hij bovendien de helft van een duo aan de top van Roads. Officieel heet het bestuursmodel duaal management. Ed van Hoorn vormt samen met Thea Over de directie en is onder andere belast met het uitwerken van ervaringsdeskundigheid als leidend beginsel. Thea Over is voorzitter van de Raad van Bestuur..
Het bestuursmodel van Roads lijkt op dat van ziekenhuizen. Zijn het in ziekenhuizen, en ook verpleeghuizen, medisch specialisten en professionals die, samen met de algemene managers, verantwoordelijk zijn voor respectievelijk de zorgverlening en de bedrijfsvoering, in het geval van Roads staan ervaringsdeskundige professionals naast de algemene managers. Duaal management is ingevoerd op drie bestuurlijke niveaus: in de Raad van Bestuur, in twee regiodirecties en op een aantal locaties. Het is nu nog een experiment, voorlopig voor een periode van twee jaar, maar het principe is al vastgelegd in de langetermijnvisie van Roads.
De ervaringsdeskundige managers moeten bij aanstelling voldoen aan de vereisten die voor een managementfunctie gelden. Zij hebben dezelfde salarisschaal en arbeidsvoorwaarden als hun algemene collega’s. “Af en toe neemt een van hen een dagje vrij, net als andere collega’s. Het verzuim ligt niet hoger dan gemiddeld,” zegt Thea Over.
Cliëntenparticipatie en cliëntgestuurde projecten kent Roads al langer. Zo zijn een dagactiviteitencentrum in Amstelveen en een Zorghotel (voor een time-out) in Haarlem volledig door cliënten gerunde voorzieningen. Een groot deel van het personeel van Roads is zelf cliënt (geweest) en cliënten beslissen in de organisatie over alles mee.
Dat ervaringsdeskundigen nu ook leidinggevende functies innemen, is dus niet meer dan een logische stap. Ervaringsdeskundig wil in dit verband overigens meer zeggen dan dat de managers zelf ervaring als cliënt hebben. “Het is geen automatisme dat ervaringsdeskundige managers anders werken,” zegt Saskia van Dorp, ervaringsdeskundig lid van de tweekoppige regiodirectie van Roads Oost, met locaties en projecten in West-Friesland, Amstelveen, Amsterdam, Waterland en de Zaanstreek. “We hebben een ervaringsdeskundige coördinator gehad die precies hetzelfde deed als de vorige, dat is niet de bedoeling. Het gaat niet alleen om de passieve ervaring. Ervaringsdeskundigen moeten kunnen reflecteren op de vraag wat cliënten nodig hebben en kunnen abstraheren van hun eigen ervaringen. Vanuit die deskundigheid kunnen zij een cliëntgestuurd aanbod ontwikkelen.” Zij worden bovendien alleen aangesteld als ze open zijn over hun eigen ervaringen. “Ze moeten bij ons uit de kast komen en hun ervaringsdeskundigheid kunnen en willen uitdragen,” aldus Thea Over. Ervaringsdeskundigheid krijgt pas meerwaarde als de expertise professioneel kan worden toegepast.

Hbo-opleiding
Er is nog een aantal vacatures, maar tijdens een open sollicitatieprocedure voor een aantal ervaringsdeskundige locatiemanagers bleek dat weinig mensen aan alle eisen voldoen. Van de 34 sollicitanten kwamen welgeteld twee mensen in aanmerking voor de functie. Zij zijn in dienst genomen. Ed van Hoorn: “Het aantal geschikte kandidaten viel me tegen. Ik dacht vele talenten van buiten naar binnen te trekken, maar de meeste sollicitanten waren niet krachtig genoeg.” Daarom heeft Roads besloten zelf een opleiding op te zetten, als kweekvijver voor ervaringsdeskundige managers. “Onze jeugdopleiding,” noemt hij het. De eenjarige opleiding, georganiseerd in samenwerking met het IGPB, een opleidingsbureau en de Hogeschool van Amsterdam, is inmiddels gestart met één lesdag per week. Naast de twee nieuwe locatiemanagers en een aantal medewerkers van Roads, nemen ook anderen deel. Ed van Hoorn en Saskia van Dorp geven er allebei les over ervaringskennis en de omzetting daarvan in deskundigheid. Andere docenten geven algemene managementvaardigheden als motiveren, coachen en evalueren. De inhoud van de modules is nog in ontwikkeling, maar wanneer het lespakket is beproefd en uitgekristalliseerd vragen de initiatiefnemers erkenning als hbo-opleiding aan.

Goedkoop
Roads verwacht met ervaringsdeskundige managers kwalitatief betere diensten te kunnen bieden dan voorheen en dat de deelnemers van Roads erop vooruit gaan. Die vooruitgang moet te zien zijn in bijvoorbeeld een goede aansluiting van het dienstenaanbod op de vraag, invloed van deelnemers en afname van het aantal mensen dat uitvalt tijdens een reïntegratietraject. “We bekijken ieder onderwerp vanuit klantenperspectief,” zegt Saskia van Dorp. “Bij intakegesprekken moeten medewerkers luisteren naar het verhaal van de klanten en ruimte maken voor de invulling hun wensen. Ze mogen ook meedoen mét hun beperkingen.” Ed van Hoorn benadrukt dat het inzetten van leidinggevende ervaringsdeskundigen ook maatschappelijk moet leiden tot meer waardering voor mensen met een psychiatrische achtergrond.
Thea Over is tot nu toe tevreden over de resultaten van duaal management. “De prioriteiten komen anders te liggen, bijvoorbeeld bij informatievoorziening, keuzevrijheid en scholing van de klanten. Ik werk nu 35 jaar in de Ggz en weet uit ervaring dat veel instellingen focussen op protocollen. Als ze moeten bezuinigen passen ze hun visie aan de financiële mogelijkheden aan. Dat doen wij niet, wij maken andere keuzes.” Roads heeft het momenteel financieel moeilijk en moet bezuinigen. Het zou voor de hand liggen te beknibbelen op het experiment met de duo-managers (dat min of meer budgettair neutraal is ingevoerd, zo wordt mij verzekerd), maar dat doet Roads niet. “Het duaal management blijft,” zegt Thea Over. Het is ook niet per se duurder. “Omdat wij op alle niveaus van de organisatie managers hebben die vanuit de klant denken, komt Roads tot een vraaggestuurde invulling van de ondersteuning en zorg, en die is effectiever. De kosten dalen en zo wordt ons aanbod ook interessant voor het zorgkantoor. Verzekeraars willen tenslotte goedkoper werken en ze weten dat zelfregie kosten bespaart.”

Zorgverzekeraars, gemeenten en anderen kijken hier en daar nog onwennig aan tegen de ervaringsdeskundige managers waarmee zij nu zaken moeten doen. Saskia vindt dat ze zich soms extra moet bewijzen. “Mensen kijken je niet eens aan, die hóór je denken: ‘Dom blondje’.” Ed van Hoorn heeft daar geen last van, integendeel: Roads profileert zich met duaal management. “Het is een oppepper voor de organisatie”, zegt hij. Van Hoorn beschouwt Roads als koploper en is ervan overtuigd dat het ‘peloton’ ooit volgt. “Het is een kwestie van tijd dat ervaringsdeskundigen ook bij reguliere Ggz-instellingen in hogere functies terechtkomen.”

De Noord-Hollandse zorgaanbieder Roads ondersteunt mensen met psychische beperkingen bij het vinden van een plek in de samenleving. De organisatie streeft ernaar om in iedere grote woonkern in het werkgebied een breed scala van voorzieningen te bieden. Cliënten kunnen er terecht voor dagbesteding, begeleiding, werk en scholing. Roads heeft werk- en reïntegratieprojecten opgezet als Artotheek Meesterwerk in Haarlem, restaurant Freud in Amsterdam, Werken Aan Een Toekomst in Hoorn en een door cliënten bemande telefonische hulpcentrale. Als de cliënt dat wenst verwijzen medewerkers (intern) door naar crisisopvang, schuldhulpverlening, huisvesting of behandeling.
Roads wil een organisatie zijn waar de vraag van de klant bepalend is voor wat er gebeurt, projecten zelfsturend zijn en gebruik maken van ervaringskennis en deskundigheid. Doel is een klantencratie: niet alleen vóór mensen met psychische problemen, maar ook ván hen. De aanduiding ‘cliënt’ vervangt Roads bij voorkeur door het neutrale ‘deelnemer’. Bezoekers kunnen als cliënt binnenkomen en doorstromen naar vrijwilligerswerk of betaald werk. Op dit moment zijn er 220 mensen in dienst, waarvan 30% een psychiatrische achtergrond heeft. Roads wil dat percentage binnen enkele jaren verhogen tot 50%. Jaarlijks maken ongeveer 3000 mensen gebruik van hun voorzieningen.

Categorie: Psychische kwetsbaarheid, Zorg & welzijn Tags: Ervaringsdeskundige managers

Primo 9 over de WMO

6 september 2008 door Annemiek Onstenk

Primo 9 over WMO

Categorie: Lokaal sociaal beleid, Publicaties, Zorg & welzijn Tags: WMO

‘Beslisbomen’ in woud van zorgregelingen: de indicatiestelling

5 september 2008 door Annemiek Onstenk

PM, magazine voor de overheid – 2007

Iedereen kan er vroeg of laat allemaal mee te maken krijgen: je oude vader of zieke buurvrouw heeft een hulpmiddel, huishoudelijke of medische verzorging nodig. Bijvoorbeeld alarmering, ouderenvervoer, hulp bij het wassen en aankleden, parkeren voor de deur en aanpassingen in de woning. Die zijn niet allemaal verkrijgbaar in op één adres. Grote zorgwarenhuizen bestaan niet. De genoemde vormen van hulp vallen onder verschillende wetten. Ook de financiering en route om ze te bemachtigen verschillen. Zo moet onder andere objectief worden vastgesteld wat de hulpvrager mankeert en welke zorg daarbij past. Dat heet indiceren: eerst een indicatiestelling en vervolgens een indicatiebesluit. Hoe gaat indicatiestellen in de praktijk? Heeft de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die op 1 januari van kracht werd, iets veranderd?

Voorzieningen als lokaal ouderenvervoer, rolstoelen en woningaanpassingen vallen onder de, Wmo. Medische verzorging valt onder de Algemene wet bijzondere ziekten, de AWBZ.
Sinds 1 januari jongstleden is de huishoudelijke verzorging verhuisd van AWBZ naar Wmo. In de nabije toekomst gaan wellicht ook voorzieningen als dagbesteding eveneens naar de Wmo. Alarmering, maar bijvoorbeeld ook een rollator of blindengeleidehond, vallen onder een derde wet: de Zorgverzekeringswet.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo. Zij beslist of iemand de gewenste Wmo-voorzieningen krijgt. Gemeenten kunnen zelf, aan het eigen loket, vaststellen waar mensen recht op hebben. Zij kunnen de indicatiestelling ook uitbesteden. Dat doen vrijwel alle gemeenten als het gaat om complexe aanvragen of meerdere hulpvragen tegelijk. De oude vader die niet alleen huishoudelijke hulp en vervoer (Wmo) nodig heeft, maar ook medische zorg aan huis (AWBZ) is zo’n complexe hulpvrager.
Ongeveer de helft van alle gemeenten in Nederland laat (een deel van) de indicatiestelling Wmo-zorg doen door Argonaut Advies, de grootste commerciële organisatie op dit terrein.
De indicatiestelling voor AWBZ-zorg werd en wordt gedaan door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), in opdracht van het ministerie van VWS.
Ook in indicatieland is sprake van marktwerking. AWBZ-zorg hoeft niet te worden aanbesteed, Wmo-zorg wel. Omdat het CIZ een wettelijke, publieke taak uitvoert, gaat het AWBZ-deel naar het CIZ en komt de verhuisde huishoudelijke verzorging in veel gevallen mee. Het CIZ doet voor 94% van de gemeenten de indicatiestelling AWBZ-zorg, veelal in combinatie dus met de huishoudelijke verzorging uit de Wmo.
Dat is evenwel geen automatisme. Gemeenten zijn vrij de indicatiestelling Wmo-zorg onder te brengen. Het eerste half jaar van 2007 is een overgangsperiode waarin de meeste gemeenten doorwerken met hun ‘oude’ indicatiestellers. Na 1 juli kunnen de kaarten anders geschud zijn. ontplooit het CIZ commerciële activiteiten rond de Wmo. Zo heeft het CIZ zogenoemde ‘beslisbomen’ (gestandaardiseerde vragenlijsten) ontwikkeld voor de indicatie huishoudelijke verzorging. Daarmee kunnen medewerkers van de gemeentelijke Wmo-loketten zelf in kaart brengen of hulpvragers in aanmerking komen voor de gevraagde huishoudelijke verzorging. Al 200 gemeentenwerken met het product ‘beslisbomen’ afgenomen, zo laat Johan Hoogerbrug, directeur Maatschappelijke Ondersteuning op het hoofdkantoor van CIZ weten. Ook stelde het CIZ verschillende protocollen voor indicatiestelling voor gemeenten op.
Argonaut Advies en het CIZ komen elkaar tegen, zowel in de uitvoering als op managementniveau. Soms werken ze samen rond een cliënt. Maar er is ook concurrentie tussen de indicatiestellers.

Wij gaan kijken op twee regiokantoren. Bij Argonaut Advies in Dordrecht praten wij met verzekeringsarts Roeland Braber en ergonomisch adviseur Petra Kalkman. Ook commercieel manager Bernadette Linssen van het Utrecht’s hoofdkantoor schuift aan. Op het CIZ-kantoor in Gouda praten we met Hans Snoek, indicatiesteller.

Indicatiestellers zijn meestal fysio- of ergotherapeuten, bewegingstechnologen of maatschappelijk werkers, allen hbo’ers. Indicatiestellend medisch onderzoek wordt gedaan door artsen. Roeland Braber is verzekeringsarts van Argonaut Advies. “Ik stel vast welke beperking iemand heeft. Zijn er belemmeringen in het functioneren? Kan hij of zij zich verplaatsen, het eigen huishouden runnen? Ik kijk naar objectief vast te stellen zaken, die de klachten kunnen verklaren. Gaat het om een psychosomatische hulpvraag, dan is vaak een langer gesprek nodig. Soms vraagt iemand een hulpmiddel dat naar mijn mening de hulpvraag eerder vergroot dan verkleint.”
Een mevrouw komt bijvoorbeeld met pijnklachten bij de huisarts. Ze wil graag een scootmobiel. Braber: “De huisarts vindt geen lichamelijke oorzaken en zegt nee, om de persoon niet onnodig in het medische circuit te trekken. De mevrouw is echter vrij om de gemeente een scootmobiel te vragen. De gemeente verzoekt Argonaut mevrouw nog eens te onderzoeken. Ik neem in zo’n geval contact op met de huisarts. Om niet iets te adviseren dat invalideert. Ik probeer mensen te stimuleren, ze aan te spreken op hun herstelgedrag.” Roeland Braber deed dat overigens ook al vóór de komst van de Wmo. “In mijn praktijk als verzekeringsarts is wat dat betreft weinig verandert.”
Braber brengt advies uit aan de gemeente, niet aan cliënten zelf. De gemeente beslist immers of zij de gevraagde hulp krijgen. Zij houdt daarbij rekening met het beschikbare budget. Dat de overheid de uitdijende zorgkosten wenst te beperken speelt geen rol bij het vaststellen van wat iemand mankeert en nodig heeft, haast Roeland Braber zich te zeggen. “Wij oordelen onafhankelijk. Als medicus houdt ik me niet met budgetten bezig. Als iemand me iets vraagt van ‘maar’ 100 euro dat hij niet nodig heeft, adviseer ik negatief. Heeft iemand iets nodig van 100.000 euro, dan oordeel ik positief. Financiën zijn geen leidraad.”

Collega Petra Kalkman, van huis uit ergotherapeut, beaamt dat. Het gebeurt dat zij (en de verzekeringsarts) een advies geven dat de gemeente onwelgevallig is. “Iemand is bijvoorbeeld geholpen met een mengkraan met één handel. De gemeente zegt dat het iets is wat mensen zelf moeten aanschaffen bij de Gamma. Als wij vinden dat iemand beter in staat is voor zichzelf te zorgen met zo’n kraan, adviseren we die.” Wel komt het voor dat bij de indicatiestelling al vooruit wordt gelopen op de toekomst. “Iemand met een progressieve ziekte zal snel achteruit gaan. Dan indiceer je bijvoorbeeld geen stoeltjeslift maar meteen een plateaulift, waar je met rolstoel en al op kunt. Mensen moeten vaak eerst verwerken dat ze in een rolstoel terechtkomen. Zij willen aanvankelijk niks weten van een elektrisch aangedreven rolstoel en plateaulift. Vooruitzien bij de indicatiestelling is voor gemeenten op den duur goedkoper.”

In acute situaties, zoals een ongeluk in huis, gaat Kalkman binnen één of twee dagen op huisbezoek. Er kunnen verschillende voorzieningen tegelijk nodig zijn, zowel uit de Wmo als uit de AWBZ: een rollator, thuiszorg en zittend vervoer naar het ziekenhuis. Het CIZ doet echter de indicatiestelling voor de AWBZ. Argonaut neemt in dat geval contact op met het CIZ. Petra Kalkman: “Voor de hulpvrager kun je het beste meteen die verschillende wegen tegelijk bewandelen. Het CIZ kan instemmen met ons handelen of de indicatiestelling over willen doen. Ook zij gaan dan op huisbezoek.”

Dit is een knelpunt. De overheid wil met de Wmo de zelfredzaamheid van mensen vergroten. Gemeenten richten laagdrempelige één loketfuncties in, waar burgers met al hun hulpvragen op het gebied van wonen, zorg en welzijn terechtkunnen. Maar leggen zij daar meerdere hulpvragen tegelijk neer, dan hebben ze vervolgens met verschillende indicatiestellers, wetten en budgetten te maken. Invoering van de Wmo verandert op deze manier weinig aan de bureaucratie rond het verstrekken van hulpmiddelen.
Volgens manager Linssen van Argonaut gaat het om een relatief kleine groep. “De grootste groep hulpvragers heeft aan de combinatie van huishoudelijke verzorging en andere Wmo-voorzieningen voldoende. Voor hen volstaat dat ene Wmo-loket. Zelfverzorging blijven mensen zo lang mogelijk zelf doen, of het nu om ouderen of om mensen met een handicap gaat.”
Directeur Johan Hoogerbrug van het CIZ denkt daar anders over cijfe “60% van de cliënten die huishoudelijke verzorging nodig hebben, vraagt ook persoonlijke en/of verpleegkundige verzorging.” Daarbij gaat het om de combinatie van AWBZ- en Wmo-zorg.
Hoogerbrug schat dat de indicaties voor 80% van de hulpvragen gesteld kunnen worden aan de hand van gestandaardiseerde protocollen. Voor 20% is persoonlijk maatwerk vereist.

Anders dan Argonaut Advies gaat het CIZ bij een hulpvraag standaard op huisbezoek. Hans Snoek, indicatiesteller van het CIZ in Gouda: “Wij bekijken de hele situatie in huis. Wij stellen niet alleen de noodzaak van bijvoorbeeld een woningaanpassing vast, maar ook waar de voorziening (traplift, beugel in badkamer) moet komen. Er kunnen nieuwe hulpvragen bijkomen. Bij een eventuele vervolgvraag weten we hoe de situatie is. Voor eenvoudige hulpvragen volstaat vaak een telefonische intake. Bij moeilijk objectiveerbare aandoeningen schakelen we een arts in.”
Een andere handreiking naar de klant is de korte lijn: “Mensen die ons ten onrechte benaderen voor een Wmo-voorziening verbinden we direct door naar het lokale Wmo-loket. Neemt niemand op, dan vragen wij de gemeente de klant terug te bellen. Is de hulpvraag een combinatie van Wmo- en AWBZ-zorg, dan nemen we hem zelf in behandeling.”

Ook VWS bekommert zich om de bureaucratie rond de verstrekking van middelen. Argonaut Advies doet momenteel in opdracht van het ministerie een proef ‘brede indicatiestelling’ rond het vervoer van ouderen en gehandicapten. Dat is nu een lappendeken van regelingen. Bernadette Linssen: “Het vervoer van ouderen, gehandicapten en leerlingenvervoer valt grotendeels onder de Wmo/gemeente. Maar vervoer naar bijvoorbeeld dagbesteding en (boven)regionaal vervoer vallen onder de AWBZ/ministerie van VWS. Dat wil een brede indicatiestelling voor één vervoerspakket introduceren, waarmee mensen zonodig zowel een rolstoel, als een gehandicaptenparkeerkaart, collectief vervoer en een kilometerbudget voor vervoer buiten de gemeente kunnen aanvragen.”
Argonaut wil hulpbehoevende ouderen en gehandicapten goed vervoer bieden. Het is zakelijk dan mooi meegenomen dat de vervoersvraag van ouderen met de vergrijzing een groeimarkt van jewelste is.
Linssen: “Onze voornaamste drijfveer is dat we een expertisebedrijf willen zijn. Wij willen vooroplopen in indicatiestelling.” Dat wil (en doet) het CIZ, dat zich eveneens in de markt zet als kenniscentrum, natuurlijk ook.
Twee grote indicatiestellers in milde wedijver. Als de klant er maar beter van wordt.

Categorie: Publicaties, Zorg & welzijn Tags: Indicatiestelling zorg

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 5
  • Pagina 6
  • Pagina 7
  • Pagina 8
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

Zorg & welzijn
  • David
    In de krant het bericht dat David Isarin een einde aan zijn leven heeft gemaakt. In het Amsterdamse Bos. Ik ...
  • Cliënten Ggz tussen de wal en het schip
    Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te ...
  • Elke wijk zijn eigen team
    Na twee jaar soebatten heeft de gemeente De Bilt haar ideaal:  integrale zorgteams. Sinds 1 november zijn drie zorgorganisaties gehouden ...
  • <<
  • 1
  • ...
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • >>

Artikelen

Selecteer subcategorie
category
69e7cfb589044
1
1
27
Loading....

Volg mij op

  • LinkedIn

© 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign