Verschillende zorginstellingen experimenteren met een nieuwe vorm van medezeggenschap. Die moet de participatie bij besluitvorming in de instellingen vergroten. [Lees meer…] overInspraak terug op de werkvloer
No XS4ME
Nooit liet ik me verleiden over te stappen op een andere telefoonaanbieder dan KPN. Bedrijfszekerheid gaat boven prijspeil. Internet betrek ik vanaf het begin van XS4ALL. Maar de technische mogelijkheden nemen toe en de combinatie internet/telefoon bij één aanbieder leek toch wel makkelijk. Dus bracht ik onlangs mijn hele digitale huishouding bij hen onder. Vijf dagen na installatie gaf mijn nieuwe Fritzbox (minder geslaagd, die naam) er al de brui aan. Geen internet, geen emailverkeer, geen telefoon, geen voicemail, niks. Maar het ergste is: ook geen service. XS4ALL heeft mijn storing genoteerd en een monteur opdracht gegeven ernaar te kijken. En de monteur is van…. de KPN, eigenaar van de kabel. Na zes dagen wachten is het probleem nog altijd niet verholpen, Prinsjesdag en Miljoenennota of niet. Op mails vanaf een ander adres reageert de klantenservice van XS4ALL niet en de jonge medewerkers van de technische helpdesk, alleen bereikbaar via de lange route (ook zo handig als je telefoon het niet doet) met verwijzing naar hun site, een driedimensionaal keuzemenu en wachttijden die oplopen tot 24 minuten, doen niets anders dan keer op keer geduldig uitleggen dat XS4ALL niets kan doen. De KPN-monteur moet het oplossen. Ook de KPN geeft niet thuis, ik ben immers naar XS4ALL verhuisd. “Wij kunnen niets voor u doen.”
De twaalf zogenaamd snelle XS4ALL-jongens en meisjes die ik inmiddels aan mijn mobiele lijn heb gehad, spreken niet met één mond. De een belooft dat de storing binnen drie werkdagen wordt verholpen, de ander binnen een week en de laatste dat XS4ALL geen enkele garantie voor reparatie biedt. Communicatie is geen mensenrecht, zelfs niet voor (draadloze) journalisten.
Zo voelt het dus om een rechteloze en verweesde digi-burger te zijn. Internet is mijn werkplaats, mijn wereld. Het solide imago van XS4ALL, volgens de Consumentenbond al verschillende maanden de beste provider in ons land, is voor mij aan diggelen. De service en betrouwbaarheid laten veel te wensen over. No XS4ME. Dan maar weer terug naar de KPN?
De volgende beker (het afnemen van geïntegreerde telefoon-, internet- en televisiediensten van één provider) laat ik in ieder geval aan me voorbij gaan. M’n tv, met beelden van het Binnenhof, doet het tenminste nog. We moeten ‘binden’ en ‘verbinden’ in Nederland, zo hoor ik bij de Algemene Beschouwingen zeggen. Not for me, helaas.
‘Sex workers willen rechten, geen redding.’
Omdat prostituées per definitie als slachtoffers worden gezien, zijn ze kwetsbaar voor vrouwenhandelaren, zegt de Oegandese Kyomya Macklean van WONETHA, een organisatie die opkomt voor sex workers. ‘Wij leren prostituées voor zichzelf op te komen en trots te zijn. Veel vrouwen hebben dit vak gekozen.’
[Lees meer…] over‘Sex workers willen rechten, geen redding.’Bedrijfsautisme
Het is verbazingwekkend hoe moeilijk het kan zijn om in contact te komen met de KPN, naar eigen zeggen ‘dé contactmaker van Nederland’. Of je de gigant nu telefonisch of via internet probeert te naderen, direct of langs sluiproutes: werkelijk alle wegen liggen bezaaid met hindernissen die genomen moeten worden alvorens een stap verder te komen. Je komt standaard terecht in een rij wachtenden (meestal voor eigen rekening, die voor sommige ‘service’ kan oplopen tot 1,30 euro per minuut) en niet zelden brengen de meerkeuzepaden die je aan de telefoon of achter het beeldscherm moet inslaan, je uiteindelijk terug naar waar je begon, zodat je helemaal niet verder komt. Een gewone open vraag stellen is zelfs in het geheel niet meer mogelijk. Alle mogelijke vragen, problemen, klachten of producten zijn uitgesplitst en voorgedrukt. Mocht jou verzoek of reden dat je contact probeert te maken er niet tussen zitten, dan is dat pech. Bovendien is een ‘account’ vereist maar als je die wilt aanmaken, weigert het systeem die te accepteren.
Nu is het begrijpelijk dat een bedrijf als KPN, met tientallen miljoenen klanten in meerdere landen, probeert haar productieprocessen zo digitaal en zo efficiënt mogelijk in te richten. Maar dat juist een bedrijf als KPN, met communicatie als core business, zelf zo moeilijk bereikbaar is, is op z’n zachtst gezegd vreemd. Teveel communicatiemogelijkheden leiden kennelijk tot een soort bedrijfsautisme.
Nee, ik wil niet terug naar paard-en-wagen, ben helemaal van deze tijd en vaardig met ICT. Dank u.
Er is één lichtpuntje in de krochten van deze multinational en dat is het belang dat KPN hecht aan klanttevredenheid. ‘De klant staat centraal,’ lees ik. KPN streeft naar ‘een eenvoudig ingerichte organisatie’, met ‘een helder en eenvoudig aanbod aan de klant en een optimale service’. Nu ervaar je dit als klant allemaal niet, maar daar ergens in de middencirkel moet toch onze redding liggen. Gauw KPN bellen dus.
Geen voorgekookt bestaan
Feministen met een werkster vindt ze helemaal niks (‘Je maakt je eigen plee schoon!’), maar verder is Saskia Poldervaart een toonbeeld van verdraagzaamheid. [Lees meer…] overGeen voorgekookt bestaan
Lesbische geschiedenis
Pink – 2009
Hoewel er summiere aanwijzingen zijn gevonden dat de term ‘lesbisch’ (van Lesbos) eeuwen geleden al werd gebruikt om de vrouwenliefde te beschrijven, moet ik toch streng zeggen dat ‘de’ lesbische geschiedenis eigenlijk niet bestaat. Je kunt niet zonder meer één lesbisch geheel maken van Sappho tot nu, zonder de geschiedenis geweld aan te doen. Wel kunnen we vrouwen die zich lang geleden of de afgelopen generaties amoureus tot elkaar verhielden of het met elkaar deden een continuüm intrekken van vrouwen die van vrouwen hielden. Gebruikelijk is de geschiedenis in periodes in te delen en omdat we van bronnen afhankelijk zijn, beschrijven we de historie aan de hand van literaire uitingen, wetsteksten, wetenschappelijke verhandelingen en interviews. Elke periode heeft zijn eigen woorden, van wrijfwijf, tribadie en lollepotterij, via ziels- of romantische vrouwenvriendschappen, Boston huwelijken, geïnverteerden, homofiel, lesbienne en pot tot de hedendaagse lesbo. Of vrouwen het in al die periodes met elkaar gedaan hebben, is de vraag. Aannemelijker is dat dat afhing van de omstandigheden waaronder men leefde. Eind 18e eeuw bestond in de Amsterdamse Jordaan een heuse lollepottencultuur, zo lezen we in de juist verschenen Lesbo Encyclopedie. In de jaren 20 van de vorige eeuw zijn er vrolijke damestaferelen in clubs opgetekend, terwijl een vrouw in de jaren vijftig daarná geschokt reageerde op de vraag of ze lesbisch is. Ze vertelt zich seksueel haar hele leven te hebben onthouden. De geschiedenis loopt niet in één rechte lijn.
Annemarie Grewel, lesbisch icoon en voorvrouw, liet in de jaren 80 en 90 in aantal interviews weten al in de jaren 60 lesbisch te zijn geweest. Ik deed onderzoek voor mijn biografisch portret van haar, waaruit bleek dat haar coming out tien jaar later was. Het was voor haar net zo moeilijk als voor de meeste andere vrouwen voor haar lesbisch zijn uit te komen of zich dat zelfs maar te realiseren. Met alle respect – het is geen kritiek – maar Grewels herschrijven van haar persoonlijke geschiedenis, leidt eerder tot geschiedvervalsing dan tot lesbische geschiedschrijving.
Voor het gemak hanteren we de term ‘lesbisch’ echter maar gewoon. Verhalen over lesbische geschiedenis laten zich op verschillende manieren vertellen. Neem je door de eeuwen heen de wetgeving m.b.t. homoseksualiteit als vertrekpunt, dan krijg je een overzicht van periodes zonder (19de eeuw) en mét discriminerende wetten en bepalingen, zoals een groot deel van de afgelopen 20ste eeuw. In de huidige tijd hebben we antidiscriminatie beleid en wetten gelijke behandeling. Kijk je vanuit wetenschap, religie, politiek en ideologie dan zie je opvallende academische bemoeienissen met homoseksuele mannen en vrouwen; veroordeling, verdoemenis of tolerantie vanuit verschillende geloven; en onderdrukking, achterstelling en emancipatie als veranderende heersende opvattingen en politiek. Kijken we ten slotte vanuit vrouwen zelf, dan wisselen de afgelopen honderd jaar onzichtbaarheid, beklagenswaardige eenzaamheid, zelfverloochening, verschillende leefstijlen en uitdrukkingsvormen, bevrijding en trots pottendom elkaar af. De geschiedenis van lesbische vrouwen loopt deels parallel aan die van homomannen, deels aan die van andere vrouwen. Art. 248 bis (1911-71) verbood homoseksueel contact met minderjarigen (tot 21) voor mannen én vrouwen, maar omdat lesbische vrouwen niet werden ‘verdacht’ van seksuele handelingen, konden zij iets meer hun gang gaan. Hoewel ook zij het risico liepen hun baan of woning te verliezen als hun liefde bekend werd. Juridische vervolging trof meer mannen dan vrouwen. Sociaaleconomisch ging en gaat het homomannen doorgaans weer beter dan lesbische vrouwen. In dat opzicht zijn er meer overeenkomsten met (hetero)vrouwen.
Lesbische geschiedenis verhaalt over de wijzen waarop deze ontwikkelingen en zaken allemaal in elkaar grijpen. En dan nog is de werkelijkheid diverser dan dat. Verschillende auteurs hebben daar boeken over geschreven, waaronder Judith Schuyf, Anja van Kooten Niekerk en ikzelf.
Om ons tot de laatste honderd jaar te beperken is er een duidelijke wisselwerking tussen medisch-wetenschappelijke benaderingen, politiek en wetgeving, literaire verbeelding van het lesbische leven en het zelfbeeld van lesbische vrouwen.
Eind negentiende eeuw ontstonden in Europa seksuologische theorieën over zgn. geïnverteerden en later over het ‘derde geslacht’, o.a. van Magnus Hirschfeld. De centrale vraag was lange tijd wat de oorzaak van homoseksualiteit was en men vond, behalve seksuele voorkeur, lichamelijke en/of psychische ‘afwijkingen’, die wetenschappers voor aangeboren hielden. In Duitsland waren homocontacten tussen mannen strafbaar. Toen het de Nederlandse christelijke partijen in 1911 lukte homoseksueel contact met minderjarigen tot 21 strafbaar te stellen, ontstond ook hier naar Duits voorbeeld een Wetenschappelijk Humanitair Komité, dat zich voor verlossende woorden over mogelijke oorzaken voor homoseksualiteit oriënteerde op de wetenschap. Belangrijker voor ons is dat mensen zich ook voegden naar die theorie. In mijn boekje over veranderende beeldvorming over lesbische vrouwen, Van brede schouders tot hoge hakken (1983), citeer ik een vrouw die in het boek De Homosexueelen (1939) van de advocaat Benno Stokvis over zichzelf zegt:
‘De ‘zoon’ die mijn moeder zich gewenscht had, stond opnieuw in mij op, een breedgeschouderd, onstuimig wezen, dat zijn EIGEN weg wenschte te gaan, dat schroeide van verlangen – naar – een VROUW.’
Zij is een van de negen vrouwen die Stokvis in zijn boek portretteerde. Een vrouw zou als man van een andere vrouw houden. Andere vrouwen spreken van ‘abnormaliteit, speling der natuur’. Allemaal zien zij als oorzaak dat zij als kind het liefst een jongen waren geweest of zich een jongen voelden. Ook in de boeken Bron van eenzaamheid (Engelse versie1928) en het Nederlandse Vae Solis is het lijden geblazen. Vae Solis is geschreven op verzoek van de voorman van het NWHK (voorloper COC, zeg maar de homobeweging van toen): advocaat jonkheer Jacob Schorer. Het moest begrip (je kunt beter zeggen medeleven) bewerkstelligen. Je kunt goed zien hoe de dominante wetenschappelijke benadering, doel van het komité en de ervaringen van een overigens biseksuele vrouw bij elkaar komen: mannelijke vrouwen en verwijfde mannen, het derde geslacht, de kennis van de hoofdpersoon over wetenschappers als Magnus Hirschfeld en het lijden, de eenzaamheid en het verdoemd zijn. Terwijl de getrouwde Doudart de la Grée er volgens de overlevering een heel vrolijk lesbisch leven op nahield. Haar boek ontneemt meer zicht op ‘onze’ lesbische geschiedenis dan dat het helderheid/inzicht biedt.
Wetenschappers kregen ook na de oorlog een sleutelrol bij de typisch Hollandse aanvaarding van homoseksualiteit. De medici, psychologen en biologen kregen toen o.m. gezelschap van theologisch geschoolden.
Hoewel duidelijk is dat die oriëntatie op de wetenschap de acceptatie van homoseksualiteit moest dienen, hebben de academische onderzoekingen natuurlijk wel een relatie met de werkelijkheid. Het is te simpel om, wat feministische theoretici in de jaren zeventig en tachtig wel deden, te zeggen dat lesbische vrouwen louter leefden naar de heersende theorie over hen en dat vrouwen (wij) pas met de tweede feministische golf en Paarse September e.d. het heft in eigen hand hebben genomen wat hun identiteit betreft. Theorie en het ‘echte leven’ staan niet per se diametraal tegenover elkaar
Als je de interviews leest die Judith Schuyf of Van Kooten Niekerk hielden met lesbische vrouwen die in de eerste twintig jaar van de vorige eeuw zijn geboren, zie je verschillen. Dominant is dat vrouwen die van vrouwen hielden vóór ongeveer 1970 meestal zwegen over hun seksuele voorkeur. Hun gevoelens en/of lesbische praktijken hielden ze geheim, soms zelfs voor zichzelf. Er zijn vrouwen die vertellen tientallen jaren te hebben samengewoond zonder een seksuele relatie te hebben gehad of verlangd (zéggen ze). Andere lesbische vrouwen waren getrouwd en hadden kinderen. Er waren maar enkele zichtbare rolmodellen, zoals Marlène Dietrich, Anna Blaman. Toch bestond er ook in de jaren 40, 50 en 60 een lesbische subcultuur, leefstijlen als butch/femme e.d. Terwijl Annemarie Grewel nog worstelde met haar gevoelens, reed Bet van Beeren, lesbisch kroegbazin op de Amsterdamse Zeedijk, pronkend met haar veroveringen op haar motor door dezelfde stad. Zij maakte in de jaren 60 geen geheim van haar geaardheid; ze stierf in 1967.
In twintig jaar naoorlogse jaargangen van COC-blad Levensrecht zie je het beeld van de eenzaamheid, de afwijking, het mannelijke anders zijn kantelen. Halverwege de jaren 60 wordt de homoseksuele vrouw beschreven als ‘heel gewoon vrouw en vrouwelijk’, net als andere vrouwen. Wederom moest deze gedaanteverandering de acceptatie, het begrip en de emancipatie dienen waar het COC, maar ook christenen en wetenschappers, zich voor inzetten. Het motto daarvan was dat homseksualiteit ‘gewoon hetzelfde was’. De mannelijke pot werd naar het rijk der mythen verwezen.
De echte doorbraak volgt in de jaren 70. Eind jaren 60 is een eerste grote protestdemonstratie tegen art. 248bis, dat in 1971 wordt afgeschaft.
De homo- en vrouwenbeweging, geplaatst in het decor van brede maatschappelijke veranderingen, zorgden voor revolutionaire verbeteringen en persoonlijke bevrijding van velen. Stigma’s werden geuzennamen, het persoonlijke politiek en lesbisch leek zelfs enige tijd de norm. Naast vrouwen als Annemarie Grewel, die moedig paden baande in politiek en pers, hield je echter vrouwen als Ien Dales die niet uitkwamen voor haar lesbisch zijn. Veel lesbische vrouwen zijn nu in staat hun identiteit zelf vorm te geven, een leefstijl te kiezen, ja zelfs kinderen te krijgen en met elkaar te trouwen. Wij kunnen ons als lesbo veilig wanen en zijn in principe wettelijk beschermd tegen discriminatie en geweld. Maar nog lang niet alle lesbische vrouwen zijn vrij of willen zichtbaar lesbisch zijn.
De geschiedenis is nog niet met ons klaar! De waarheid over lesbische vrouwen betrap je soms op onverwachte momenten en manieren, niet door recht op de vrouw af te gaan.
